Als Nederlandse wist ik tot voor kort niet eens dat er zoiets bestond als Kinderdag, laat staan dat het hier een internationale feestdag betreft. Oorspronkelijk bedoeld om de rechten van het kind te promoten, is het in Roemenië teruggebracht tot de essentie waar ook Moederdag en Vaderdag al sinds jaren om draaien: cadeaus en lekkers in combinatie met schattige liedjes, gedichtjes en knutselwerken. Er bestaat een heel scala aan speciale gedichtjes en liedjes die kinderen op deze dag kunnen voordragen aan hun ouders, grootouders en andere familieleden. In ruil voor deze aanzienlijke prestaties ontvangen de kinderen op hun beurt snoepgoed en cadeautjes.
Omdat mijn eigen kindje nog anderhalf moet worden kon ik dit jaar zonder problemen deze feestdag nog even overslaan, maar ongetwijfeld kom ik er volgend jaar niet zo makkelijk vanaf. Iedereen besteedt er aandacht aan en overal waar je gaat is er wel een speciaal feestje ter ere van. En ook op de crèche/peuterspeelzaal werd er van alles georganiseerd in het kader van deze feestdag. Natuurlijk was er toneel en waren er extra veel gezonde snacks voor de kinderen. Natuurlijk waren er ballonnen. Maar het belangrijkste onderdeel van de dag draaide juist niet om onze kinderen. In plaats daarvan werd aan ons als ouders gevraagd of we kleding en cadeautjes wilden inpakken voor de kinderen van een nabij gelegen weeshuis. Een geweldig idee natuurlijk, om de kinderen zo te leren dat er heel veel mensen zijn die het lang niet zo goed hebben als zijzelf. Vol enthousiasme stortte ik me op de voorraad kleding achter in de kast die dreumes toch niet meer past, selecteerde ik knuffels en zocht ik speelgoed uit waar we niet meer mee spelen. Maar ik werd er ook een beetje triest van. Dat woord. Weeshuis. Wat een vreselijk woord. Hebben we in Nederland überhaupt nog wel weeshuizen? Volgens mij worden alle weeskinderen bij ons opgevangen door familie, in pleeggezinnen of in leefgroepen. Misschien dat er niet eens zo veel verschil zit tussen een weeshuis of een leefgroep, ik weet het niet, maar het klinkt gewoon prettiger. Veel vakanties heb ik als kind hier in Roemenië doorgebracht en ik herinner me uit die tijd een weeshuis hier in de stad. Een somber gebouw met een lelijk oud hek eromheen. En echt vrolijk of goed verzorgd zagen de kinderen er niet uit. Op een goed moment kwam er een of andere kerk uit een ander land, misschien wel Nederland, de boel helemaal opknappen, en ze doneerden vrachtladingen aan speelgoed en kleding. Heel even werd het daar een leuke plek met blije kinderen. Maar een jaar later was alles doorverkocht. Alleen de kleurrijke muurschilderingen waren er nog, als enige aanwijzing dat dit een gebouw was waar kinderen opgroeiden.
Er is sinds die tijd dat ik als klein meisje zomers hier over de straten dwaalde gelukkig een heleboel in positieve zin veranderd in Roemenië. Maar het woord weeshuis bracht me aan het twijfelen. Zou het nu anders zijn dan toen? Ik durfde het niet te vragen en ik kon niet mee, dus de vraag bleef onbeantwoord in mijn achterhoofd hangen.
Het weekend erna wandelden we met zijn drietjes naar het park. Avontuurlijk als we zijn namen we eens een andere route. We kwamen langs een grote tuin vol met speeltoestellen en speelgoed, en kinderen die lachten en tikkertje speelden. De tuin hoorde bij een groot geel gebouw en op de trappen van het gebouw zaten wat dames in het zonnetje koffie te drinken terwijl ze de kinderen in de gaten hielden. We bleven nog even bij het hek staan om te kijken voordat we verder gingen. Het zag er ontzettend gezellig uit, en als dreumes had mogen kiezen was hij vast zo de tuin in gekropen om mee te spelen. Een zoektocht op het internet leerde ons later dat dit een weeshuis betrof. Navraag bij mijn vader leerde mij dat dit hetzelfde weeshuis was als waar we vroeger altijd langs liepen. Het zag er in de verste verte niet uit zoals het weeshuis in mijn herinneringen. Gelukkig maar.
José Contesa © 2010