Kleuters kunnen meerdere emoties van elkaar onderscheiden: bang, boos, verdrietig en blij. Ze begrijpen al veel beter dan peuters dat je iets per ongeluk kunt doen en expres. Daarbij voelen ze ook al trots en schaamte. Verder nemen de meeste kleuters al initiatief tot spelen met anderen en kunnen vaak al eindeloos spelen zonder inbreng van een volwassene. Dit is een grote verandering ten opzichte van de peuters: de aandachtsspanne is veel groter is geworden. Kleuters kunnen een spel gemiddeld tussen de 45 en de 135 minuten spelen.
Deze kinderen zijn in staat tot het toepassen van simpele spelregels. Dat biedt perspectief: er kunnen talloze spelletjes gespeeld worden!
Kinderen van deze leeftijd kunnen al echte rollenspellen spelen. “Jij bent de vader en ik ben de moeder en we gingen naar de winkel”. Het wordt een samenhangend verhaal. Het sociale aspect is ook belangrijker geworden. Kleuters spelen meestal het liefst samen.
Fantasie en werkelijk lopen nog door elkaar, rondt daarom spellen altijd goed af: “Nu ben ik weer papa, ben jij weer Robin?”
Vaak worden in deze spellen gebeurtenissen herbeleefd en verwerkt. Zo zal een kind dat net bij de dokter is geweest misschien doktertje gaan spelen en precies nadoen wat de dokter ook deed.
Hutten bouwen vinden veel kleuters ook erg leuk. In hun zelfgemaakte huisje kunnen ze een rollenspel spelen of zich even terugtrekkken.
In hun rollenspel spelen kleuters vaak een tijdlang hetzelfde verhaal. Op eens lijkt dat over en komt er een nieuw interessant thema. Vanaf vier jaar gaan kinderen naar school en vaak werken ze op school met thema’s. Het zou goed kunnen dat je kind die thema’s thuis doorvoert; dat is het teken dat het hem echt bezighoudt. Het favoriete thema van veel kinderen is dieren.
Tekenen is over het algemeen populair bij kleuters. Ook andere knutsels zijn vaak geliefd. Niet ieder kind vindt het fijn om vies te worden, dus het ene kind speelt graag met constructiemateriaal en het andere met klei en verf. Het is leuk om regelmatig ander materiaal neer te zetten voor je kind. Beperk daarbij de keuze: vandaag staat dit klaar en morgen dat. Wát je kind daarmee maakt laat je vrij, zo kan hij of zij zijn fantasie laten gaan. Voorbeelden van materiaal zijn: plakaatverf, potloden, waskrijt, bijenwas, zaden en maïskorrels, stokjes, zand en macaroni en brooddeeg. Ook de ondergrond kan verschillen: bijvoorbeeld normaal, stevig of dun papier, karton (kan van een doos zijn), piepschuim, stenen bord, bloempot, glasplaatje, dakpan, wcrol, houten plankje of stof.
Het is ook leuk om te variëren in knutselactiviteiten op het platte vlak en ruimtelijke knutsels. Het bakken van koekjes is ook creatief: lekker kneden en vormpjes maken.
Een kind vanaf vijf jaar kan vaak al meerdere dagen doen over een knutselwerk; hij gaat gewoon weer verder waar hij gebleven is.
Veel kleuters kunnen ‘verdwijnen’ in een verhaal. Deze kinderen vinden het heerlijk om voorgelezen te worden en kennen de favoriete verhaaltjes al uit hun hoofd. In plaats van voorlezen uit een boek, kun je een verhaal ook vertellen. Dit kan naar aanleiding van een boek, maar een zelfbedacht verhaal is misschien nog wel leuker! Met handpoppen kun je het verhaal spelen terwijl je vertelt. Het leuke van vertellen is dat het interactiever is dan voorlezen: er is mogelijkheid tot inbreng en verandering van het verhaal. Bovendien kun je je kind beter aankijken dan wanneer je aan het lezen bent.
Actieve spelletjes vallen vaak ook erg in de smaak. Kleuters hebben veel energie en vinden het heerlijk om te rennen, te swingen en te rollen. Haak hierop in door regelmatig samen bewegingsspelletjes te doen. Doe bijvoorbeeld eens een ballonnendans waarbij ieder een ballon heeft. Om de beurt verzin je een beweging en de rest doet het na. Of sla ze over, of houdt ze hoog met je hoofd. Een ander idee is 'zakdoekje leggen'. Dit kan alleen met meer dan twee mensen. Een muzikaal spel is het bewegen op commando. Op een trommeltje roffel je zachtjes, je kind danst. Roffel je sneller dan danst je kind sneller. Stop je, dan stopt ook het dansen. Draai ook eens de rollen om.
Kosteloze materialen
Rollenspelmateriaal: verkleedspullen, een keukentje, winkeltje, ridderspullen of een theeserviesje
Constructiemateriaal zoals blokken die al dan niet in elkaar kunnen klikken
Een zandbak of een zand-watertafel
Puzzels van 16 tot 48 stukjes
Behendigheidsspeelgoed zoals een bal, een springtouw en rolschaatsen
Muziekinstrumenten
Treinbaan of auto’s
- Maak een thematafel: dit kan vanuit het thema dat op school gebruikt wordt, of helemaal zelf bedacht. Het leukste is na te gaan wat je kind op dat moment bezig houdt. Richt een tafeltje in met spullen over dat thema. Zoek boeken in de bibliotheek, knutsel samen het een en ander, zoek toepasselijke verkleedkleding (kunnen ook simpele lappen zijn) en kleed het leuk aan. Je zult zien dat jullie samen geleidelijk aan meer over het onderwerp te weten komen. Zes weken is een mooie lengte voor een thema.
- Vertelkoffer: Vertel eens een verhaal naar aanleiding van een boek. Doe het boek, samen met wat attributen in een koffertje en maak samen de koffer open: “Wat zou daar nou in zitten?” Bewonder het en vertel het verhaal. Laat je kind het naspelen met de attributen.
Over het spel in de pasgeborenenfase
Het spel van de grote baby’s
Over de spelende dreumes
En het spelgedrag van de peuter
http://www.speelgoedadvies.nl
Nationale verteldag 20 maart: www.vertelcultuur.nl
Sandii Zachte © 2009