Vorige week ben ik begonnen met een mindfulnesstraining speciaal voor moeders. De definitie van mindfulness volgens de grondlegger ervan (Jon Kabat-Zinn) is: “bewust aanwezig zijn in het hier en nu, zonder te oordelen”.
Persoonlijk vind ik beide een enorme uitdaging als moeder!
Voor mij begint het al bij het ontbijt. Terwijl ik met mijn dochter aan het ontbijt zit, smeer ik razendsnel mijn boterham. Vervolgens ruim ik alvast wat spulletjes op. Dit doe ik omdat zoonlief elk moment kan komen voor zijn voeding en de ervaring leert dat mijn peuterdochter tijdens deze voeding dan heel veel rommel kan maken met alle ontbijtspullen. Dus in plaats van genieten van het ontbijtmoment en bewust in het hier en nu te zijn denk ik al tien stappen vooruit. En dit gaat zo de hele dag door. Allerlei lijstjes en schema’s heb ik in mijn hoofd; de voedingen en slaapjes van mijn kinderen, boodschappenlijstjes, huishoudelijke taken, wat voor leuke dingen we dit weekend gaan doen of meteen al na het slaapje van mijn dochter, werk, enzovoort, enzovoort.
Allemaal zaken die mij ervan weerhouden in het hier en nu te zijn. En als je je daar bewust van bent, vallen je ineens nieuwe dingen op. Bijvoorbeeld dat mijn dochter ineens met twee voeten tegelijk naar voren kan springen en hoe trots ik dan op haar ben. Of hoe mijn zoontje meteen begint te lachen als hij mijn blik heeft gevangen en hoe fijn dat is.
Dan hebben we het nog het 'zonder oordeel zijn'. Een uitdaging gezien ouderschap vaak gepaard gaat met vele oordelen. Oordelen over hoe andere ouders opvoeden, hoe je partner zaken aanpakt, hoe je zelf net met een situatie om bent gegaan. Vaak allemaal ingegeven door onze eigen onzekerheden of om af te wegen of we nog achter onze eigen ideeën staan of om je eigen opvoedstijl te nuanceren.
Me hier bewust van zijn maakt me milder, als mens en als moeder. Ik hoop diezelfde mildheid ook te mogen ontvangen.
Meer lezen?
Waar je ook gaat, daar ben je, Jon Kabat-Zinn
In de stad kwam ik een vriendin tegen met haar zoontje van drie maanden. Het mannetje begon een paar keer te jammeren en werd vervolgens liefdevol getroost door zijn moeder. Bij de derde keer vroeg mijn vriendin hoe laat het was en zei: ‘Oh ja, het is tijd voor een voeding’.
We moesten allebei lachen. Voor mij was dit een herkenbare situatie. Al een paar keer is het me overkomen dat ik zoonlief aan het troosten was om een paar minuten later tot het besef te komen dat hij gewoon honger heeft. Wat is het toch dat, ondanks onze wens het zo natuurlijk mogelijk te doen, we telkens terugvallen op een ritme? Voor mij omdat het een zekere voorspelbaarheid met zich meebrengt, die het makkelijker maakt mijn dag in te delen of zaken te plannen. En dan is er weer een kindje met zijn eigen ritme en voorkeuren die me weer leert te ‘zijn in het moment’.
Met onze zoon zijn we al sinds zijn geboorte aan het zoeken naar zijn ritme. En dan heb ik het niet over voedingen, want onze kleine man kan heel goed duidelijk maken wanneer hij honger heeft. Het gaat vooral om het slapen overdag, hij lijkt zich met geen mogelijkheid over te kunnen geven aan zijn vermoeidheid. Tot ik vanochtend ineens een ‘Aha-erlebnis’ had en me besefte dat ik hem onbewust was gaan vergelijken met zijn zus.
Onze dochter was altijd het meest actief na haar voeding. Zij speelde en brabbelde tot zij moe was om vervolgens te slapen tot aan haar volgende voeding. Wij hadden bij onze zoon deze zelfde verwachting. Dus gingen wij na elke voeding gezellig met hem zitten ‘kletsen’ en spelen, waarna Auke vele hazenslaapjes deed zonder echt uitgerust te lijken. Toen hij vanochtend direct na zijn voeding twee uur aan een stuk had geslapen en me vervolgens aan keek met een blik die leek te zeggen ‘spelen?’, viel het spreekwoordelijke kwartje. Onze kleine man wil direct na zijn voeding slapen in plaats van wakker gehouden te worden door zijn ouders… Als hij dan uitgerust is wil hij weer spelen en ontdekken om vervolgens na een voeding weer moe en voldaan te gaan slapen.
En zo is het telkens opnieuw weer zoeken naar de voor ons juiste balans tussen volgen en leiden.
Bij de Papa Kan Alles Midweken* die we thuis verzorgen spelen de kinderen na schooltijd om ons heen. De kinderen zijn gewend aan regelmatig mensen over de vloer, en sluiten de nieuwkomers als vanzelfsprekend in hun hart. Er wordt door hen gevraagd en verteld en er worden tekeningen en baby's geshowd. We eten samen en kletsen over de dag. Het is altijd weer even afwachten wie van de kinderen de clown gaat uithangen.
Deze keer valt het mee, al is het duidelijk dat mijn zoon wel wil stoeien met deze 'papa', nu hij onder het eten heeft gehoord dat hij twee zonen heeft. Ik zie hem observeren hoe hij dit nou eens zal regelen. Nog voordat ik de jongste meeneem voor haar badje, zie ik hoe ze al stoei-aanstalten maken. Voor de zekerheid waarschuw ik de 'papa' nog even: "hij kan soms ruw zijn hoor, dat je het weet".
Dan gebeurt er iets wonderlijks, in de hitte van het spel roept mijn zoon: "Zo nu zal ik je even naar de hemel slaan, dan kan je ook mijn grote broer zien". De 'papa' speelt er geweldig op in, compleet met alle bijgeluiden.
's Avonds bij het buitenvuur hebben we het er nog over, hoe mijn zoon op zijn manier zijn grote overleden broer blijft betrekken in zijn bestaan. Meestal met een regenboogtekening, soms met een actie. Zo stoer als broers dat onderling doen. Ik zag laatst op twitter een tweet langskomen, en volgens mij klopt het: "kinderen zijn de schakel tussen hemel en aarde".
* http://www.magicoflife.nl/wordpress/papa-kan-alles-midweek/
Onze dochter van twee-en-een-beetje is ons lekkere dingetje. Ze is altijd vrolijk, eet wat haar wordt voorgezet, slaapt zoals dat hoort, zou iets meer kunnen drinken, praat, en speelt. Het maakt niet uit wat ze in haar handen krijgt, ze kan overal wel iets leuks mee verzinnen. Heerlijk vind ik dat, zo’n zelfvermakend kind.
Nou heb ik altijd gezegd, ik zeg wel vaker wat zoals je weet, en dan kom ik er steeds weer op terug, ‘als ik een dochter krijg, dan mag ze van mij alle kleren aan die ze wil, maar geen roze.’ Het eerste wat mijn lief van mij moest doen na haar geboorte (behalve een roze romper die na een uur al vies was had ik geen roze kleding), is roze kleding kopen. Het is toch een kale baby, en in het lichtblauw leek het toch ook echt wel een jongetje. Naast die anti-roze kleding was ik ook nog anti-poppen, anti-tutspullen en anti-Hello Kitty (dat laatste ben ik nog steeds). En dochter ontwikkelde zich zo het eerst jaar als een stoer wijfie. Mooi.
Ik herinner me nog Sinterklaas van 2009, toen was ze één-en-een-beetje en liep. We vierden het bij de familie, en ons nichtje kreeg een zak vol armbandjes, kettingen en dat soort freubels. En wie liep er mee weg? Juist. Onze dochter. Zelf kreeg ze een keukentje, maar daar moest ze niets van hebben. Zat ik dan. Dus, op haar tweede verjaardag kreeg ze een eigen make-upkit (van hout) en een zak vol armbandjes, kettingen, enzovoorts. Die slingeren nu altijd door het huis. Je kunt je voorstellen hoe leuk ze het WK vond afgelopen zomer (de gratis armbandjes die verspreid werden), die hebben we ook nog allemaal. In drievoud.
En nu heeft dochter een nieuwe hobby: kappertje spelen. Niet op een pop, nee op levende mensen, bij voorkeur mama, want mama heeft het langste haar van iedereen. Dus, zegt ze, ‘mama op grond sitte, ik jouw haartjes doen’. Twee-en-een-beetje hé. Dan loopt ze zelf naar boven, waar ze op haar kamer haar bakje met ‘stiekjes’ en speldjes haalt, en de kam. Komt ze weer beneden, klimt op de bank, en dan begint het feest. Alle speldjes uit het bakje – en dat zijn er nogal wat – moeten dus in mijn haar (en dat is nogal lang). Zo zijn we zomaar een uur zoet. Dan kan ik lekker mijn boek lezen, dat dan weer wel. Want, ik mag niet bewegen, behalve voor een slokje koffie, die ze het liefst ook nog zelf zet, maar dat vind ik niet goed. En na dat uur is ze een half uur bezig om de speldjes eruit te halen, en is het tijd voor het middageten. Vandaag was het papadag, dus ze was eerst heel teleurgesteld, want dan kon ze geen kappertje doen. Maar, toen bedacht ze, papa’s haar is dan misschien niet zo lang, maar die speldjes kunnen er best in. Onze tuttebel.
Onze dochter gaat één dag in de week naar het kinderdagverblijf. Doorgaans gaat dit met zoveel plezier dat zij ons alweer bijna vergeten is zodra ze het kinderdagverblijf is binnengestapt. Als we haar dan weer op komen halen wil ze vaak eerst nog even haar spel afmaken voor ze klaar is om mee naar huis te gaan.
Deze ochtend leek niet anders te beginnen. “Mama, doe jij mijn tas maar even opruimen” riep dochterlief mij toe vanuit de poppenhoek. Maar nog voor we aanstalten maakten om weg te gaan, klampte ze zich vast aan mijn been. “Mama ik wil toch met jou mee” en ze barstte in tranen uit.
Deze week was al duidelijk geworden dat we een nieuwe ‘mama-fase’ in waren gegaan. Alles was ‘mama doen’ en papa werd veelvuldig gediskwalificeerd door dochterlief, maar deze reactie had ik niet verwacht!
De laatste keer dat Pieke zo moest huilen bij het afscheid was al zeker een jaar geleden toe zij nog midden in de eenkennigheidfase zat. En ik was even vergeten hoe lastig het afscheid nemen dan is. Ik geloof dat ik er bijna net zoveel moeite mee had als Pieke.
Met lichte dwang van mijn lief heb ik afscheid genomen van ons nog luid brullende meisje. En terwijl hij haar afleidde, ben ik de ruimte alvast uitgegaan. Met de leidsters hadden we afgesproken om na en half uurtje te bellen om te vragen hoe het was. Volgens de leidsters had Pieke nog even gehuild, maar was ze al snel met haar twee favoriete kindjes gaan spelen.
Toen ik haar aan het eind van de dag op kwam halen, kwam ze enthousiast op me afgerend; “Mamaaaah! Ik heeft jou zo gemist.” Vervolgens trok ze alle leidsters letterlijk aan de mouw om te vertellen dat mama er weer was. “Ik ben zo blij mijn mama weer te zien” zei ze tegen een van haar leidsters.
Dat maakt elke dag toch weer goed?!
Sinds een tijdje heb ik weer contact met een bijzonder persoon die ik ken sinds hij drie was. Inmiddels is hij 24. Over hem alleen zou ik al een boek kunnen schrijven. Over hoeveel ik altijd van hem gehouden heb, over wat hem als kind allemaal aan akeligs overkwam. Hij heeft ADHD, werd mishandeld, had een aan heroïne verslaafde vader te verduren en altijd vechtende ouders, en werd bovendien langdurig seksueel misbruikt. Dat boek zou ook gaan over de onmacht die ik voelde omdat ik niet meer voor hem kon betekenen dan ik deed en omdat ik niet kon voorkomen dat hij langzaam maar zeker de hel in gleed.
Volgens de maatschappelijke normen is het niet ‘goed’ met hem gekomen. Hij raakte al vroeg ook zelf verslaafd aan alle verdovende middelen waar wij ouders erg bang voor zijn, en verblijft sinds zijn veertiende voornamelijk in gevangenissen. Toen hij klein was trok ik zoveel mogelijk met hem op, maar ik kon het niet altijd opbrengen. Want daarvoor moest ik langs zijn moeder. Niet dat ik niet welkom was. Maar ik kon niet tegen haar scherpe tong en ik kon het niet aanzien hoe ze hem behandelde. Ik veroordeelde haar heftig en stopte mijn oren dicht zodra ze haar mond open deed.
Ook met haar ga ik nu veel om. Ik ben naar haar gaan luisteren. Ik hoor met bloedend hart de ellende aan die zij al lange tijd doorstaat. Ik heb mijn oordelen opgeschort. Ook bij haar zie ik vooral onmacht. De onmacht van vroeger bij het opvoeden van een zoon onder moeilijke omstandigheden, en de onmacht van nu. Ze verlangt dat haar kind een beter leven heeft. Ik zie ook eenzaamheid bij haar. Want aan wie kan of kon ze haar verhaal ooit kwijt, als iedereen altijd oordeelt?
Nu houd ik mijn mond en ik buig mijn hoofd. Hoeveel meer had ik voor hem en voor haar kunnen betekenen als ik toen niet had geoordeeld? En ik doe mijn best om te stoppen mijzelf te veroordelen. Want oordelen helpt onze kinderen niet.
na·wee het; o -weeën 1 napijn 2 (in het mv) kwalijke gevolgen (Van Dale)
Terug thuis na de ziekenhuisopname heeft Auke de eerste twee dagen enkel maar ontroostbaar liggen huilen. Nu moet je weten dat hij – net als zijn zus overigens – behoorlijk temperamentvol is. Als hij verdrietig of boos is, is hij dat met zijn hele lijfje. Wild maaiende armpjes, trappelende voetjes, hard krijsen en werkelijk een tomaatrode huidskleur.
Niet bepaald ontspannen na zo’n ziekenhuiservaring met een nog reutelend kindje.
Het voelde sowieso alsof ik weer net bevallen was en een nieuwe kindje had. Mijn – voor de opname – zo tevreden ventje die al een eigen ritme had ontwikkeld leek veranderd in een ‘grazende baby’ die de slaap maar niet kon vatten en bijna alleen maar ontroostbaar kon huilen. Ik kon hem maar moeilijk horen huilen. Als ik ook maar het eerste jammertje hoorde stond ik al bij de box om hem op te pakken en te sussen. Want huilen zou kunnen betekenen heel-hard-huilen, wat mij weer bang maakte dat hij benauwd zou worden, weer naar het ziekenhuis zou moeten en weer zo zou moeten vechten om te kunnen ademen.
Het eerste weekend thuis ging Auke wat vaker hoesten en leek zijn ademhaling ook onrustiger. Op naar de huisarts dus. Deze concludeerde een beginnende keelontsteking en vertelde ons dat we niet verbaasd moesten zijn als hij hierna nog bronchitis zou krijgen. Sindsdien hebben we elk weekend wel of met dochter of met zoonlief bij de huisarts gezeten vanwege een of andere luchtweginfectie.
Toen afgelopen week mijn nog herstellende baby in mijn armen zo hard aan het krijsen was dat hij vuurrood aanliep en zijn adem vastzette, voelde ik de paniek.
Ik ben gaan huilen, huilen en nog eens huilen. Na een ellendige zwangerschap waarin ik alleen maar ziek, zwak, misselijk of onderweg ben geweest, kwam een heftige ziekenhuisopname waarna mijn kinderen leken te gaan kwartetten met luchtweginfecties.
Het was op, mijn batterij leeg.
Alles had er harder ingehakt dan ik had verwacht. Ik zal er weer opnieuw vertrouwen in moeten krijgen dat mijn zoontje gezond is en alles goed komt. Wat ondersteunende gesprekken met een psycholoog kunnen mij hierbij helpen om, zoals de huisarts zei, een postnatale depressie voor te zijn.
Dus een nieuw jaar, een nieuw begin op terug naar weer een ontspannen en gerust ouderschap!
Ik heb me er lang tegen verzet: televisie kijken, kinderdvd’s, computers. Alles dat met technologie te maken had, dat is niet zo nodig. Al die kinderen van drie met een DS, wat een onzin. Ze kunnen nog niet eens kleuren. Ga lekker buiten spelen, in rekken hangen, klimmen en verstoppertje spelen.
Zoon speelde altijd al heel lief met alles behalve speelgoed, vermaakt zich met pollepels, afwasborstels en lege plastic flessen, en had helemaal niets met het concept televisie (behalve grote groene velden, bij voorkeur zonder spelers). Vanaf een jaar of 2,5 begon langzaam het concept ‘TV’ door te dringen. Dat kwam mij ook wel goed uit, want inmiddels zwanger van nummer 2 vond ik even stilzitten ook wel fijn. Dochter daarentegen kijkt al tv vanaf dat ze 1 is. Hij stond dan ook wel aan, voor zoon, dan krijg je dat. Ze kent alle animaties en tekenfilmfiguren, zingt uit volle borst mee, en zit dus ook echt een half uur geconcentreerd te kijken. Zoon speelt nog steeds liever met LEGO.
Nou ben ik zelf de laatste tijd nogal doorgeschoten in het volgen van technologische ontwikkelingen. Mijn vriendinnen zeggen wel eens, hoe kan het dat jij die als laatste een mobiele telefoon had (2003, echt waar), nu alles weet van online platforms en social media? Tja… dat is zo ontstaan. Maar, nou vond ik dat als ik me toch enigszins online kan redden, mijn kinderen daar dan toch ook iets van moesten meekrijgen. Nu is dat niet zo moeilijk met de meest kindvriendelijke telefoon van de wereld: de Iphone. Dus, die staat nu vol met spelletjes, en nu maken ze ruzie om wie er mag. Kortom, we moeten er nog 1 (want ik weiger nog steeds de DS, principekwestie). Zoon leert op school overigens met smartboard en laptop vanaf het begin om met computers om te gaan, dus zo gek was mijn bijspijkercursus niet. Hij vindt ‘compjoeturuh’ helemaal geweldig, het enige wat hij irritant vindt is dat hij nog niet kan typen. Maar goed, extra motivatie om letters te leren dus (voordeel!).
Nu waren we afgelopen zondag op een verjaardag, hierbij het verslag van zoon: … ‘in een leuk restaurantje, in Amsterdam, oma, en daar zag ik aan de barrrrr met een jongetje en die had een hele grote Iphone*. Die wil ik nu ook’. Dus. Ze waren zo lief aan het spelen met z’n tweeën. En zeg nou eerlijk, die spelletjes op touchscreens, dat is toch helemaal het einde voor die kinderen? Dan gebeurt er wat jij wilt. Zo’n computercursor vliegt maar door het scherm, zo’n muis luistert helemaal niet, dat is helemaal niet handig. En eigenlijk geef ik hem nog gelijk ook. De laatste aanwinst is trouwens de applicatie van Woezel en Pip, spelen en leren, vanaf twee jaar, en ze zijn er erg zoet mee, allebei. Mijn verzet is, zoals je begrijpt, volledig verdwenen, en misschien ben ik er zelfs wel in doorgeslagen
*voor degenen die het niet kennen, dat is dus een Ipad, die hebben we nog (net) niet.
Toen ik Pieke na haar middagslaapje uit bed haalde, had zij vuurrode wangen. Voor mij een teken dat er iets zit te broeien. Wat dat was had ik snel genoeg in de gaten; in een uur tijd was zij behoorlijk benauwd geworden. Ze ging haar adem vastzetten om vervolgens een paar keer heel snel te ademen. Dat voelt niet echt ontspannen als je koud een week terug bent uit het ziekenhuis met je zoontje van negen weken. Dus maar weer de huisarts gebeld.
Gezien huisartsen erg gevoelig zijn voor jonge kinderen met benauwdheidklachten werd het een huisbezoek. Naast de acute bronchitis die Pieke al had, heeft ze er pseudokroep bij gekregen. De huisarts schreef antibiotica en een pufje voor.
Een leuke uitdaging met een peuter!
De vorige antibioticakuur werd, op welke manier ook toegediend, steevast weer uitgespuugd of gebraakt. Laten we het dan nog maar niet hebben over hoe indrukwekkend een pufje mèt voorzetkamer eruit ziet…

Dus meteen maar de apotheker gevraagd waarmee de antibiotica gemengd mag worden, de meest interessante optie voor ons was een danoontje. En inderdaad: dochterlief had niets in de gaten. Voor haar was het zes dagen lang feest. Zes dagen een danoontje en niet alleen ’s avonds, nee ook ‘s ochtends één!
Het pufje was een heel ander verhaal! Al bij het zien van het apparaat begon dochterlief te huilen en zei ‘maar mama ik vind dat niet leuk’. Elke tactiek hebben we uitgeprobeerd; een boekje erover lezen, spelen met het apparaat (zonder medicijn erin), op de knuffels voordoen, papa en mama voor laten doen, uitleggen, oma laten vragen het te doen, iets leuks in het verschiet stellen (botweg omkopen), enzovoorts. Wat we ook probeerden het werd in alle toonaarden geweigerd door dochterlief. Tja, wat doe je dan als je ziet dat je kind dit medicijn echt nu nodig heeft?
Als je dan een beetje rondvraagt en wat googeld blijkt fixeren en forceren dan de meest gekozen methode door het merendeel van de ouders.
In ons opvoeden is het respecteren van de grenzen van onze kinderen een zeer belangrijk goed en daar past voor mij bovenstaande methode niet bij. Dan maar een keuze maken voor een andere optie waar ik me niet prettig bij voel: manipuleren. Na een zoveelste weigering heb ik ‘boosheid’ geveinsd en tegen mijn dochter gezegd dat ik het niet leuk vind dat zij haar pufje niet neemt. Vervolgens heb ik haar in de hoek gezet.
(Gebruikelijk bij ons is dan als zij bedaard is we allebei sorry zeggen en flink knuffelen.)
Na bedaard te zijn kwam dochterlief naar me toe en zij ‘sorry mama, nu doe ik wel puffen’. Ze heeft vervolgens moeiteloos het pufje genomen en zei ‘nu vind ik het niet meer spannend mama’.
Voor mijzelf voelde het totaal niet prettig, maar ook hier blijkt het doel heiligt de middelen want die avond al - en de daarop volgende keren - kwam mijn dochter zelf vragen om te puffen.
Kaatje bij de dokter, Liesbeth Slegers (Clavis, 2009)
Bobbi is ziek, Ingeborg Bijlsma en Monica Maas (Uitgeverij Kluitman Alkmaar B.V., 2005)
De positieve benadering bij het opvoeden raakt in de mode. Goddank. Het dringt tot steeds meer mensen door dat dat wat je aandacht geeft, groeit. Geef je problemen en negatief gedrag veel energie, dan worden die groter. Maar als je positief denkt en je richt op oplossingen, zal er meer positiviteit en zullen er meer oplossingen zijn.
We weten wel wat het resultaat op de lange duur is van constante kritiek op kinderen, want we zien het dagelijks om ons heen: minderwaardigheidscomplexen, gebrek aan zelfvertrouwen en doortastendheid en slecht functioneren door teveel zelfkritiek.
Sommige kinderen hebben het goed getroffen. De positieve benadering wordt hen met de paplepel ingegoten. Vanmorgen zag ik een moeder en haar peuter van drie op de fiets stappen. ‘Klim er maar op schat,’ zei de moeder. Het jongetje zette een voetje op een steun en trok zich op aan de armleuning van het zitje. ‘En jij dan straks jee wat doe je dat goed,’ zei hij.
Ik begreep die zin niet en bleef nieuwsgierig toe kijken. Toen het kind zat, zei de moeder blij:
‘Jee, wat doe je dat goed!’ Het jochie strekte zijn rug en keek tevreden om zich heen.
Onze kinderen gaan elke week twee dagen naar de opvang. De crèche is gewoon altijd hetzelfde, en de naschoolse opvang (NSO) organiseert hele dagen met leuke spellen tijdens de vakanties. Ideaal. Wij kunnen dus allebei ‘gewoon’ blijven werken, en kunnen met onze schamele 25 vakantiedagen per jaar, ook nog ‘gewoon’ op vakantie met de kinderen. Maar… de opvang is ook één week per jaar dicht. En dat is deze week, tussen Kerst en Oud & Nieuw. Gelukkig weten we dat al jaren (ik ben graag ruim van tevoren geïnformeerd), maar tot nu toe kwamen we er altijd goed mee weg, want de opvangdagen vielen altijd op een feestdag. Of tenminste een van die dagen! Dit jaar dus niet.
Gelukkig heb ik hele lieve ouders (mijn lief ook hoor…) die niet meer werken, en relatief ver weg wonen, dus de kinderen niet zo vaak zien. En laten die het nou helemaal niet vervelend vinden om een weekje op te passen! Dus, deze week, sinds Tweede Kerstdag, zijn onze kinderen bij hun pake* en oma. En zoon maakt ook nog een tussenstop bij zijn tante die hem schandalig heeft verwend met leuke dingen doen en lekkere dingen eten (vul zelf maar in). En wij, wij zijn dus gewoon aan het werk. Moet ook gebeuren.
Van tevoren verheug ik me altijd enorm op die dagen dat de kinderen er even niet zijn. Begrijp me niet verkeerd, ik ben echt dol op ze, maar soms vind ik het ook wel even lekker om niet met van alles rekening te houden, en te eten wat en wanneer (en waar) wij dat willen, en samen te sporten of andere leuke dingen te doen. En vooral om ’s morgens net even iets langer te kunnen blijven liggen dan normaal, en zonder springende kinderen op bed. Maar ja, als de kinderen dan weg zijn, kiezen we altijd net die verkeerde film uit om naar te kijken. Waardoor ik alleen maar zit te brullen, omdat er iets met kindjes is. Normaal ren ik dan naar boven om even te kijken of ze er nog zijn, maar nu vind ik lege bedden. En mis ik ze extra. En, als we dan om 19.00 uur helemaal klaar zijn met eten, opruimen (wat ook veel sneller gaat), en op de bank zitten, vragen we ons af: wat zullen we nou eens gaan doen?
Dus, ik geniet, maar met mate, en verheug me enorm op de dag van morgen, want dan komen ze weer thuis! En zij? Als we bellen, dan kan er nog net vanaf wat ze op dat moment aan het doen zijn en klinkt er een ‘doei’. En weg zijn ze, veel te druk met alles dat ze thuis niet hebben, en alle leuke dingen die ze doen. Zouden ze ons net zo missen als wij hen?
*Pake is Fries voor opa. Mijn vader is Fries dus is hij pake. Mijn moeder is niet Fries, dus die is geen beppe.
PS: ik wens iedereen verder een heel mooi 2011: may all your wishes come true.
Zo noemt mijn lief de staat van zijn waarin ik verkeer als er iets met onze kinderen aan de hand is. Wat dat eigenlijk wil zeggen is dat ik mijn eigen gevoelens parkeer en als een ‘tijger’ waak over mijn ‘jong’.
Op dinsdag begon Auke te kuchen, niet zo vreemd want zijn zus was net verkouden geweest. Toch kon ik die avond maar slecht slapen. Elk uur zette ik de wekker om even in het wiegje naast me te kijken of alles goed was. Noem het moederinstinct.
Overdag ging het weer, maar na nog een onrustige nacht zijn we naar de huisarts gegaan. Deze heeft ons enigszins gerust kunnen stellen, desalniettemin zette ik ook deze nacht weer elk uur de wekker. Overdag verergerde de benauwde hoest alleen maar. Auke werd zo benauwd dat ik niet alleen thuis met hem durfde te zijn. Ik kon wel janken, in plaats daarvan ging ik regelen; mijn man naar huis laten komen, de huisarts bellen.
De huisarts verwees ons direct door naar het ziekenhuis. Op de spoedeisende hulp hebben we drie kwartier moeten wachten alvorens we achtereenvolgens gezien werden door twee verpleegkundigen, een co-assistent en een assistent die de kinderarts weer moest consulteren. Inmiddels was het bijna twaalf uur geleden dat Auke een fatsoenlijke voeding had gedronken en moest hij erg hard werken om te kunnen ademen. Het liefst had ik een potje zitten brullen. In plaats daarvan ben ik het kinderdagverblijf en oma gaan bellen om opvang voor Pieke te regelen.
Na drieënhalf uur wachten werd bevestigd wat wij al vermoeden: Auke had het RS-virus en moest worden opgenomen. Na een opnamegesprek en diverse onderzoeken werd Auke aangesloten op een monitor. Ik probeerde hem te kalmeren en hield hem vast terwijl hij een sonde kreeg voor de voeding en een neusbril voor de zuurstof. Ondertussen was Auke zo aan het gillen en krijsen dat hij zichzelf alleen maar uitputte. Ik verbeet mijn tranen.
Daar zit je dan, net kraamvrouw af, naast een ziekenhuisledikant je baby met diverse slangen en draden aan zijn piepkleine lijfje.
Auke sukkelde zo nu en dan in slaap om vervolgens van een hoestbui wakker te schrikken en het op een bijna ontroostbaar brullen te zetten. Ik hield hem vast terwijl ik als een mantra tegen hem zei ‘we zijn in het ziekenhuis, je hebt twee slangetjes in je neus, een om te ademen en een om te drinken, mama is bij je, alles komt goed’. Dat kalmeerde ons beide.
In een paar uur tijd ging het hard achteruit. Ons ventje lag met zijn hele lijfje te pompen om te kunnen ademen. Zijn hartslag en ademhaling schoten omhoog en het zuurstofgehalte bleef zelfs met dubbele dosis ver beneden peil. De meest gehoorde zin voor ons die avond was ‘hij moet er hard voor werken’. De verpleegkundige zei regelmatig dat de kans op uitputting bestond. Wat dat voor een baby van zes weken betekende, daar wilde ik niet eens aan denken. Er werd een ambulance gebeld om naar een kinder-IC te gaan in een ander ziekenhuis voor beademing. Weer stonden de tranen in mijn ogen en weer ging ik regelen, deze keer dat er iemand bij ons bleef slapen voor onze dochter.
In het holst van de nacht op een reusachtig bed, in een mobiele IC unit (wat lijkt op een kleine vrachtauto) vertrokken we naar het UMC. De verhoudingen waren even zoek.
Om vier uur vielen we op een bed ergens in een kantoortje doodop in slaap. De volgende ochtend zagen we dat Auke sondevoeding had gehad en nog maar een enkele dosis zuurstof kreeg toegediend.
Hij is niet beademd! En ook wij konden weer ademhalen.
Binnen twaalf uur werd de zuurstof volledig afgebouwd en na twee dagen IC mochten we weer terug naar ons eigen ziekenhuis in onze eigen stad. Daar zijn in een week tijd het monitoren en de sondevoeding afgebouwd. Zo heftig als de piek van het virus was, zo snel was ons mannetje aan het herstellen. Een van ons sliep thuis bij Pieke, de ander in het ziekenhuis bij Auke en om de twee nachten wisselden we om. Na tien dagen zorgen, waken en regelen mochten we Auke mee naar huis nemen en konden we eindelijk weer als gezin samenzijn.
Toen ik ’s avonds op de bank mijn favoriete ziekenhuisserie aan het kijken was en er een bewakingsmonitor in beeld kwam, kwamen eindelijk mijn steeds uitgestelde tranen.
Lees hier meer over:
Au! Eerste hulp bij kinderziekten, Manon Sikkel
En:
Antje kan haar geluk niet op. Eerder won ze al iets via Kiind, en nu werd weer haar naam uit de hoge hoed getoverd! Ze mag lekker shoppen bij ikgeefborstvoeding.nl. Via twitter tipte ze mensen ons artikel 'Lekker Luierloos'.
Leuk detail is dat ze over een paar weken haar 2jarig borstvoedingsjubileum viert. Een mooi moment om jezelf met iets te verwennen.

Na het vuurwerk is mijn dochter van bijna drie eindelijk in slaap gevallen. Voorzichtig draag ik haar naar boven, een nachtje slapen in een vreemd huis. He get, ze heeft gepoept, zeg ik tegen haar vader die de spullen brengt. Op hoop van zegen verschoon ik haar. Dan gaan haar ogen wijd open. Ze staan op oorlogsstand.
We kennen haar langer dan vandaag, maar dit stukje, deze woede kent haar vader nog niet van haar. Ze brult, schreeuwt en wil helemaal niks, elke beweging die we maken drijft haar verder van ons af. Het is pijnlijk om te zien, en ik zie haar vader zijn ogen sluiten. Als hij een poging doet haar te strelen, springt ze op en vliegt hem letterlijk naar de keel. Hij blijft rustig en in gedachten prijs ik hem de hemel in. Ze is nog niet zover, stel ik hem enigszins gerust, nog even en dan wil ze dat ik haar draag. "Ze zit nog in een loop".
Na een paar minuten staat mijn man op. "Bij je moeder krijg je wel wat je wilt", hoor ik hem zeggen, en pakt haar stevig vast. Wild gillend probeert ze los te komen, en schreeuwt om mij. Ik neem haar over, eindelijk komt ze tot ontspanning. "Nog even een beetje huilen mama", zegt ze.
Al snel is ze in een diepe slaap, wij knetteren nog even na van al dit 'vuurwerk'.