Labels
Draagdoeken | Er op uit | Geboorte | Luieren | Opgroeien
Slapen | Spelen | Voeding
Inhoud
Maak het | In Beeld | Leesvoer | Blog
Beginpagina | Over Kiind | Zoeken | Nieuwsbrief
Zo jong al?
07.03.2012 | Madelon | Opgroeien

Ik herinner me het nog heel goed, vroeger, toen ik op mijn 16e naar Roland Garros zat te kijken naar mijn leeftijdsgenoten (of nog jonger) die toptennis speelden. Je kent ze wel, Monica Seles en Jennifer Capriati. Al vanaf hun 4e of misschien al 3e stonden ze op de tennisbaan. Ik hoor mezelf denken: “Wat zielig, je gaat toch niet al op je 4e op een sport, dan laat je je kinderen toch spelen?”. Ja, daar had ik over nagedacht als 16 jarige, liever lui met boek op de bank dan moe van potje tennis. Maar…ik fietste toen wel elke dag 22 kilometer van en naar school.

Inmiddels zijn we ruim 20 jaar en 2 eigen kinderen verder en heb ik mijn mening hierover – net als een aantal andere – toch moeten herzien. Want, onze zoon zit sinds zijn 4e op judo. Niet eerst op zwemles, daar vonden we (en het zwembad ook) hem nog te jong voor, maar dus wel op judo. Niet dat wij nou de intentie hebben om ons kind op zijn 16e mee te laten doen met de wereldtop, maar omdat we het belangrijk vinden dat hij opgroeit met beweging. Fysiek had hij vanwege al zijn ziektes in zijn jonge leven wat in te halen, en een beetje stoeien, dat kan geen kwaad. En zijn tante had ooit de bruine band! Hij doet het met veel plezier. Sterker nog, hij wil zelf al meedoen met toernooien. En soms wint hij dan ook nog wat. Zijn we allemaal trots.

Onze dochter ziet dan vervolgens al die sportlessen aan, moet overal mee naar toe, en het enige dat ze wil – zegt ze zelf – is ballet. Daar kennen we natuurlijk ook mooie verhalen over, dus twijfelden we erg. Toch vind ik een dansschool in de buurt die lessen geeft aan kinderen vanaf 3, algemene dansvorming. In een echt balletpakje. We hebben de wachtlijst overleefd, en nu mag dochter over 1,5 week naar haar eerste dansles (nog even zonder dat pakje). Toen ik het vertelde ging ze helemaal stralen, ze vond het geweldig. Heeft ook zij een uurtje voor zichzelf.

Dit alles overwegend vraag ik me af of we onze kinderen te vroeg op sport doen, maar ja, ze genieten er wel van, en ze vinden het ook leuk. Wanneer doe je er goed aan en wanneer niet. Zoon moest eerst even wennen bij de judo, klein als hij was. Maar, als hij eenmaal bezig was, zag je dat hij het leuk vond. Als ze het echt niet (meer) leuk vinden, dan stoppen we er wel mee. Maar het is niet de bedoeling dat er elk jaar iets nieuws wordt geprobeerd, wel even doorzetten. Of zijn we nu te streng?

PS: dat sporten voor kinderen is met uitzondering van zwemmen, dat is geen keuze, in een land als het onze doe je dat, dat is net zoiets als naar school gaan. Maar zoon zwemt dus ook nog, nu zelfs 2x per week. 

 

 



√ Gezond kindermenu: hier krijgen kinderen écht eten
26.01.2012 | Madelon | Voeding

We vroegen het ons toevallig deze week af, de week dat we na het ‘kerstreces’ weer ons biologische groentepakket kregen van de lokale kweker: hoe lang doen we dat nou al, letten op E-nummers en andere toevoegingen. Het blijkt inmiddels bijna een jaar geleden dat we tot een soort van inkeer zijn gekomen. Toevallig ook dat net nu, of zou dat door het nieuwe jaar komen, er gesproken wordt over een vettaks, en de (on)zin daarvan. Ik hou van goed lekker eten, bij voorkeur zonder toevoegingen. Waarom doen we dan allemaal zo gek, met 30 soorten chips, en toevoegingen om eten lekkerder te maken. Terwijl we ook kiezen voor √bewust.

Ik las laatst dit opiniestuk van Janneke Vreugdenhil (klik vooral even door!) Ik kreeg alleen al van de opsomming van ingrediënten in margarine de kriebels. Maar los daarvan, het komt er op neer dat als we met elkaar ‘gewoon’ gezond gaan eten, we al een heel eind verder komen. Deze week kwam ik terecht in een discussie over kindermenu’s in restaurants: kenmerken van kindermenu’s zijn doorgaans ‘zoet, vet en knapperig’, om @eetschrijver te citeren. Een vriendin van mij startte de discussie, en Eetschrijver maakte er blog over: waarom accepteren we collectief dat onze kinderen ongezond eten als we uit eten gaan (en wijzelf heel vaak niet). Hij roept op om collectief te gaan voor een nieuw label voor (kindvriendelijke) horeca: ‘√ hier krijgt een kind écht eten’. Ik ben voor. Waarom zouden kinderen niet gewoon de kleine portie van de volwassenen kunnen eten, of in ieder geval van dat wat ze zelf lekker vinden maar niet per definitie zoet, vet of knapperig is.

Nu ga ik natuurlijk niet zeggen dat ik nooit naar een pannenkoekenhuis ga, zo vaak gaan we niet uit eten. En ook niet dat onze kinderen nooit zeuren over iets dat ze niet lekker vinden. Maar, we laten ze wel eens kiezen: wil je pasta of pasta? De afwisseling zit in het sausje, en dat mag nooit rood zijn (ieuw, tomaten, die lust ik niet) en liefst vegetarisch (ik wil geen kip...), en dan wel met – desnoods diepvries – erwtjes. En wat dacht je van een bordje rauwkost als voorgerecht: stukjes komkommer, stukjes tomaat, worteltjes. En dan ook graag voor een eerlijke prijs. Want, als je het dan hebt over vettaks, ben ik het met Janneke eens: als vet duur wordt, wordt dan niet-vet minder duur? Dat zou ik een eerlijke deal vinden. En trouwens, vroeger, toen obesitas nog een uitzondering was, at iedereen roomboter. Omdat er niets anders was.  Ik bedoel maar…

PS: en ik zou het fijn vinden als iedereen nu ook nog ophoudt met het trakteren van snoep, koek en chips, maar iets langer nadenkt over de traktatie. Ja het is feest, en het is potverdorie 30x per jaar feest, en dan vergeet ik de leerkrachten die jarig zijn, de feesten die er gegeven worden, de partijtjes die gevierd worden, de feestdagen vol extra’s, de NSO die niet kan achterblijven en de sportclub die ook niet onder wil doen. √Kies bewust. Maar dan anders. Hoe moeilijk is het? Of ga ik nu te ver?

NB: ook Kiind schreef eerder over kindvriendelijke restaurants.



Nee, ik wil geen knallen!
04.01.2012 | Madelon | Spelen, Opgroeien, Slapen

Het is even geleden, ik was druk. Ik zal je niet weer vermoeien met die activiteiten, dat heb ik al 2x gedaan. Maar, ik ben er weer. Want, zoals ik aangaf aan Jannie, ik vind het fijn om stil te staan bij onze kinderen. Om even na te gaan wat ik deze week van ze wil onthouden, en om voor mezelf even extra te benoemen waarom ik zo trots op ze ben. En dat ook met hen te delen.

 

De eerste week van januari is voorbij. Vorig jaar vertelde ik dat onze dochter heel erg bang was voor het vuurwerk, en daarom minimaal 3 nachten bij ons in bed sliep. Ze begon nu meteen na de Kerst al: “Papa, jij mag geen vuurwerk kopen. Dat vind ik eng, dan kan ik niet slapen. Ik vind knallen niet leuk.” Nu is mijn lief een groot vuurwerk liefhebber, dus die vlieger ging niet op. Bovendien is onze zoon ook al besmet, want hij vind het allemaal even gaaf. Hij bouwt zelfs vuurwerk van LEGO (dat bestaat niet, dat maakt hij zelf). Dit jaar mocht hij zelfs mee uitkiezen, wat al een avontuur op zich was.

 

Vanwege de drukte in december hadden mijn lief en ik dit jaar besloten dat we thuis oud&nieuw wilden vieren, en liefst gewoon lekker rustig. Geen bezoek, geen verplichtingen, gewoon lekker samen. Uiteindelijk kwamen schoonmama en schoonpapa rond 23.00u met homemade bitterballetjes en champagne. Dus dat was wel heel fijn. Om 23.45u maakten we de kinderen wakker, die heerlijk geslapen hadden. Dochter was niet echt overtuigd, maar kwam na 5 minuten ook naar beneden. “We gaan niet naar buiten he mama?”. “Nee, lieverd, we gaan lekker door het raam kijken”. “Nee, ik wil niet kijken, ik wil geen knallen, papa mag geen vuurwerk maken.” Ik voelde de bui al hangen, en zag mezelf met de televisie op hoog volume op de bank zitten met de gordijnen dicht. Maar, wat gebeurde er die avond, ze ontdooide volledig. Denk nou niet dat ze meteen naar buiten ging, zo erg was het niet. Maar naarmate het vuurwerk vorderde, werd ze steeds enthousiaster, vond ze het ook nog mooi, en aan het eind deed ze de knallen zelfs na. Het moet niet gekker worden.

 

Het uiteindelijk weer naar bed gaan was even lastig, want die knallen gingen nog even door. Maar, met een nieuw uitslaaprecord van half 10 waren mijn lief en ik helemaal niet ontevreden! Vooral niet omdat wij ons bed niet meer hoefden te delen. Wat uiteraard had gemogen, was dat nodig geweest. Kleine meisjes worden groot! Ze bouwt nu zelf mee aan het LEGO vuurwerk.

 

Ik wens iedereen een heel fijn 2012, met mooie ontwikkelingen, fijne dagen met elkaar en veel geluk!

 

 



Thuis doet ‘ie het wel
08.11.2011 | Madelon | Spelen, Opgroeien

Zomervakantie is alweer een tijdje voorbij. Ergens vind ik het wel fijn, terug in de routine, aan de andere kant, de vrijheid die vakantie biedt is ook wel lekker. Maar goed, wij kiezen voor school, dus we gaan naar school. Inmiddels ben ik – na een jaar – gewend aan de routine, evenementen en eis ik mijn tijd op bij de juf. Nu eens kijken of dat onze zoon ook lukt. Het wennen is voorbij, tijd voor het echte werk.

Tijdens het eerste spreekuur (10 minuten) kregen we vorig jaar te horen dat zoon een schat van een jongen was, heel behulpzaam naar anderen, heel speels, en dat hij zich niet zo goed kan concentreren. Hij was snel afgeleid, bemoeide zich met de andere kinderen, maar deed erg lang over zijn eigen werk als hij het al afkreeg. Aan de ene kant verbaasde ons dat niet, hij kan snel door iets worden afgeleid, maar dat hij lang over zijn werk deed, of het niet af leek te krijgen was nieuw voor ons. Dus gingen we er op letten. En inderdaad, hij bemoeit zich vooral met anderen, neemt ook onze rol over tegen zijn zusje, en vergeet dat hij zelf iets moet doen. Behalve als hij moe is, dan trekt ‘ie zich terug met LEGO, puzzels of bouwwerken. We zijn dan ook maar begonnen met hem leren dat hij eerst zijn eigen ding moet doen, en zich vervolgens anderen mag helpen. Zonder resultaat overigens.

Het tweede spreekuur keken we vol verwachting de juf aan: ‘En? Hoe gaat het nu?’ Tja, nog steeds niet zo goed, nog steeds te langzaam, nog steeds niet af. We hebben toen maar gevraagd wat de werkjes inhouden. Die gezien hebbende wisten we genoeg. De puzzels waren te simpel, dus vond hij ze niet leuk, en dus wil hij ze niet doen. Gelukkig had juf zelf bedacht dat hij dan misschien andere werkjes kon doen, maar ja, ‘die zijn voor oudste kleuters, die kan ik niet’ kreeg ze toen van zoon te horen. Dus, wij weer een goed gesprek met hem gevoerd –voor zover dat kan met een 4-jarige – en gevraagd waarom hij de werkjes niet wil doen (‘Niet leuk’), waarom hij de oudste kleuter werkjes niet wil doen (‘te moeilijk voor mij, ik ben pas jongste’), en waarom hij de anderen blijft helpen (‘ze snappen het niet’). Raadsel. Dus, ik dacht, dan maar een extra gesprek met de juf. Ik wilde wel eens tips van haar, zodat we hem konden helpen. Op school legt hij zichzelf beperkingen op die hij thuis niet heeft (hij zet zo een auto in elkaar met 100 schroefjes en moertjes, zet de technisch lego blind in elkaar en leest met vinger erbij teletekst voor. Ik weet het ook niet.  

Ergens word ik er ook een beetje boos over, want wie zegt wat hij NU moet kunnen. Wanneer voldoe je aan welke norm, en wie bepaalt die norm? Op basis waarvan? Een kind van vijf moet toch gewoon kunnen spelen, leren kunnen ze nog hun hele leven. Nee, er moet weer voldaan worden aan van alles. En dan vinden wij het gek dat onze kinderen faalangst krijgen, omdat ze altijd maar moeten presteren. Of dat ze geen creativiteit meer hebben omdat ze teveel worden afgestompt. Of dat ze teveel achter de computer zitten, terwijl er vanaf groep één digitaal wordt lesgegeven (muisvaardig zijn noemen ze dat)? Ik ben er nog niet uit, wat ik er allemaal van vind. Ondertussen laat ik mijn kind bouwwerken maken voor kinderen van acht, gewoon omdat hij het wil. En als hij mij teletekst spelt – omdat hij het wil - dan ben ik supertrots. En als hij met onze buurjongen van 7 chocoladesoep en pannenkoeken maakt in de zandbak met water, dan denk ik, goed zo. Verzin het maar! Tegelijkertijd vraag ik me ook af, waar zijn we met z’n allen mee bezig? Maar ja, ik heb er niet voor gestudeerd… dus wat zou ik er van kunnen weten? Ik ben alleen maar moeder, en zie een heel ander kind op school dan thuis. Dat is wat ik weet. En ik heb liever die van thuis.



Er is er één ….
18.08.2011 | Madelon | Opgroeien

"Wat wil je voor je verjaardag?" Dochter wordt maandag drie, dus ik vond het wel een legitieme vraag. Het antwoord was enigszins verrassend, voor een meisje van drie. "Een televisie voor op mijn kamer, want als ik dan alleen televisie wil kijken dan kan ik dat alleen doen, op mijn kamer". Even los van het inhoudelijke antwoord, was ik vooral onder de indruk van de taalkundige constructie, die gewoon ook helemaal klopt.

 

Want, televisie kijken doet ze helemaal niet. Ja, heel soms Sesamstraat (als we het redden), en Woezel en Pip 's morgens als ik de huiskamer opruim en dus vooral niet méér rommel wil. En af en toe een dvd, voor een momentje rust. Maar zeker niet elke dag. Ik ben dus ook wel heel benieuwd waar ze überhaupt het idee vandaan heeft. Nou vind ik televisie kijken op zich niet verkeerd, er zijn soms best leuke programma’s. En, ondanks het irritante muziekje is Bob de Bouwer best leuk en educatief (mijn kinderen weten nu hoe je moet 'resaiklen'). Het liefst zie ik ze lekker met elkaar of met hun speelgoed spelen.

 

Gelukkig kwam na de televisie ook de wens voor een echte fiets wil, en knutselspeelgoed. Dus daar was ik wel weer blij mee. Tot nu kozen we altijd voor het wat 'alternatieve' speelgoed, waarbij ze hun fantasie volledig kunnen gebruiken bij het spelen. Dat werkt heel goed, maar ja, inmiddels heeft ook K3 de zintuigen bereikt, en wil ze MegaMindy worden (geen idee waar ze dat ziet!), glitteroorbellen en vlinderschmink (dat laatste wordt voor mij nog een uitdaging). Maar, ik mag wel zelf een taart bakken, met frambozen en roze hartjes. En toen ik zei dat ze zaterdag met papa mee mag boodschappen doen voor haar feestje, en zelf mocht kiezen wat ze dan gaat eten, was ik blij met het antwoord: Ravioli. Zelfgemaakte. Met tomaatjes.

 



Mama….ik moet plassen!
25.06.2011 | Madelon | Luieren

Dat is bij ons het meest gehoorde zinnetje sinds zo’n week of 3. En niet alleen overdag, nee, vooral ook ’s avonds vanaf half 8. En dan ’s morgens om 7.00u weer. Onze dochter is zindelijk. Dat wil zeggen…

 

Ik herinner me nog de zindelijkheidsperiode van zoon, op exact dezelfde leeftijd trouwens, 2 jaar en 10 maanden. Hij was al een poosje droog na zijn slaapjes, dus ik had 3 onderbroeken gekocht, en elk weekend gingen we weer proberen. Dat ging 3x mis, en dan ging de luier weer om. En opeens, we waren op een verjaardag, zegt hij “Mama, ik moet plassen”, trekt z’n broek omlaag, romper open en luier af, en wandelt naar de wc. Zo maar. En toen was het klaar.  

 

Dus, op een gegeven moment dacht ik, goh, laat ik eens onderbroeken voor dochter kopen om te zien of het bij haar ook werkt. En inderdaad. Precies hetzelfde. Dochter was al heel lang na haar slaapje droog, maar ik geloof dat ik niet echt wilde toegeven dat ze er aan toe was.  Hoe dan ook, het ging een paar keer mis, en opeens wilde ze geen luier meer om, en nu zit ze dus elk uur op de wc. En ze heeft ook nog door dat ze vaker gaat als ze veel drinkt! Slimmerik. Nou is dat laatste niet zo erg, want plassen op de wc, dat gaat uitstekend. Ze is zelfs ’s nachts al droog (meestal), al doe ik nog wel luier om voor de zekerheid. Maar, poepen dat is toch een ander verhaal. 

 

Dochter vindt poep eng. Ze wil het niet zien, ze wil niet weten dat ze moet, en ze wil het al helemaal niet op de wc doen. In het begin was dat echt een probleem, want ze ging niet, en toen lukte het ook niet. Gelukkig geeft ze nu aan dat ze haar luier om wil, en dan weten we wat er gaat komen. Maar, hoe we haar nu voor de grote boodschap op het toilet, potje of elders krijgen: geen idee! We hebben al uitgelegd dat de poepjes willen zwemmen met hun vriendjes, en dat ze daarom graag in de wc willen. Dat verhaal vindt ze heel mooi, maar op de wc – ho maar. Gelukkig hebben we nog even, maar toch. Ik ben natuurlijk supertrots dat ze gewoon van de ene op de andere dag zindelijk is, maar ik vind het zo zielig, zit je daar en je durft niet. Hoe dan ook, we gaan vrolijk verder, en ze is heel blij met haar mooie – roze – onderbroeken (echt, ik verzin het niet, dat doet ze zelf). En: tips om ‘het probleempje’ op te lossen zijn welkom!

 

 



Een jaar voorbij
18.06.2011 | Madelon | Opgroeien

Dat dacht ik toen ik twee weken geleden weer het briefje mee kreeg met ‘Uitnodiging voor het juffenfeest’. We zijn het jaar rond, onze zoon is een jaar op school. Een jaar van schoenmaat 27, een jaar van kledingmaat 110-116, een jaar van 1.10m, een jaar van 21 kilo. Dat is allemaal hetzelfde gebleven, in dat jaar.

 

In dat jaar ging hij dus ook naar school. Kwam hij in de dynamiek van ‘het schoolgaan’ terecht. En vooral, kwam ík in die dynamiek terecht (mijn lief ook, maar ik spreek hier namens mezelf). Ik ben er eigenlijk nog steeds niet blij mee. Ik ben een held in niet op tijd komen (dat is dus te laat of te vroeg), ik hou niet van regels vooral niet als ze aan mij worden opgelegd, en ik hou ook niet zo van onverwachte verrassingen die niet in mijn planning passen. Dat kun je egocentrisch noemen, maar zoals je weet hebben wij thuis een nogal strakke planning, en als er dan regelmatig iets verandert, dan word ik daar heel onrustig van. En, op school verandert er dus regelmatig iets. En, zijn ze – althans op deze school – niet zo goed met mensen met volle agenda’s en het plannen van schoolactiviteiten. Laten we wel zijn, ik vind het superleuk dat er zoveel leuke dingen worden georganiseerd. Vooral als ons ventje dan ’s avonds – compleet gesloopt – aan tafel probeert te vertellen wat hij allemaal heeft gedaan. Met een hele grote grijns. ‘Probeert’ omdat hij te moe is om het nog te kunnen. En ik wil met alle liefde van de wereld er kunnen zijn voor ons ventje, alleen als ik op vrijdag hoor dat ik dinsdag ergens moet opdraven, dan wordt dat toch wel lastig. Ik heb dan ook het hoofd van de school gesuggereerd om een ‘inwerkprogramma’  voor nieuwe ouders te maken. Zodat ik naast de planning van activiteiten voor de KINDEREN, ook weet welke verwachtingen er voor de OUDERS zijn.  

 

Vanuit de crèche ben ik gewend dat ik nergens bij mag zijn. Logisch, zo redeneert de crèche, want kinderen zijn daar omdat hun ouders werken. Op school werkt dat toch anders. ‘En, je hebt toch kinderen. Daar kies je toch voor?’ Ik vind dat een beetje te kort door de bocht, maar goed, zoveel mensen zoveel meningen, en dit is de mijne. Inmiddels zijn we een jaar verder en weet ik iets beter wat er wanneer van mij verwacht wordt. Gelukkig ben ik ook overblijfouder, dus ik hoor nog wel eens wat. Dat vind ik wel prettig. 

 

Zoon lijkt het fijn te hebben op school, hij speelt met vriendjes, hij mag op verjaardagspartijtjes komen, hij lacht, hij is vrolijk en erg leergierig. Hij probeert nu te lezen (wat hij natuurlijk nog helemaal niet kan, maar hij probeert het wel). De afgelopen maand heeft hij besloten dat hij groot wil worden, en dat hij dan dus (zelf) moet gaan eten, en niet alleen maar pannenkoeken. Want, zo redeneert hij, als ik groot ben kan ik beter en meer leren. Dus, na vijf jaar eet hij nu zelf. Dus, ik kan weer gaan shoppen, want hij groeit overal uit. Hij is in de afgelopen maand 7 cm gegroeid. Hallo maat 28, hallo kledingmaat groter, hallo jongen van 19 (...) kg. Hallo zwemles, en hallo judo. Hallo groep 2. 

 

 



Kunstgebitje?
04.06.2011 | Madelon | Opgroeien, Voeding

Niet zozeer een verhaal over ons leven dit keer, maar meer een algemene zorg dit ik graag wil delen dit keer. De laatste tijd gingen veel van deze artikelen over ‘tandbederf’, en de grootschaligheid waarin dit gebeurt. Tandartsen die hele gebitten van kinderen van twee moeten verwijderen omdat ze volkomen verrot zijn. Ik schrik daar heel erg van. 

 

Nu moet je weten dat ik de dochter ben van een tandarts (mijn vader) en een diëtiste (mijn moeder). Dus, dat ik wellicht wat ‘verknipt’ ben in mondhygiëne en eetgewoonten (al eet ik ook gewoon patat en frikadellen hoor!), mag je voor lief nemen, dat is me nu eenmaal met de zogenaamde paplepel ingegoten. Hoe dan ook, als ik iemand tegenkom die lelijke tanden heeft (en dat is in mijn optiek nogal snel), dan kan ik niet anders dan me daar op focussen. Misschien ook daarom dat ik me zo bezighoud met tanden poetsen. Bij mezelf, en bij onze kinderen. Even voor de goede orde, ik heb geen gaatjes, vullingen of wat dan ook, en ik ben ruim 36! Gaat dus hopelijk ook niet meer gebeuren.  

 

Maar, tandenpoetsen is voor ons zo’n gewoonte. Dat doe je gewoon. Voor elk moment dat je iets eet (of dat nou snoep is of gewoon eten) krijg je een aanval op je tanden. En het duurt twee uur voordat dit geneutraliseerd is (stond in de krant, verzin ik niet zelf). Dus, je kunt je voorstellen wat al die snoepjes onderweg als gevolg kunnen hebben, naast je gewone 3x per dag maaltijd, fruit tussendoor en ergens misschien nog ‘wat lekkers’ (want fruit is natuurlijk ook gewoon hartstikke lekker!). En ik verbaas me ook elke keer weer over het winkelpersoneel dat zegt ‘ze mag toch wel een snoepje hé’, dat snoepje al ongeveer in de mond van mijn dochter gestopt hebbende, zodat ik bijna geen ‘NEE’ meer kán zeggen. Hou daar nou eens mee op! 

 

Terug naar die kindercariës: want hoe komt dat dan? En wat is er gebeurd met de bijna indoctrinatie van zo’n dertig jaar geleden over de voorkoming daarvan? Met als gevolg dat kindercariës inderdaad minder werd, veel minder. Een kleine greep: continu aanbieden van eten en vooral ook suikerrijk drinken (en in diksap zit ook suiker), baby’s naar bed doen met fles met limonade naast zich, slecht of niet tandenpoetsen (want dat is zo zielig). Over dat tandenpoetsen had ik laatst met vrienden een discussie: hun neefje van 12 had verrotte tanden en geen enkele kies was vullingvrij. Want, zo redeneerde zijn moeder, 'je kunt een kind niet dwingen zijn tanden te poetsen'. Je veegt toch ook je billen af na een toiletbezoek, waarom dan niet je tanden poetsen? Het hoort er gewoon bij! Het heeft niet te maken met dwingen.  

 

Onze kinderen zien de plaatjes uit de krant ook, en vinden dat maar vies. Dus, zonder enige discussie en met de mond wijd open (en om de tong weg te krijgen laat ik ze ‘A’ zeggen) wordt er bij ons 2x per dag gepoetst. Nog niet de hele twee minuten, maar wel met poetsen van alle vlakken. En na het poetsen krijgen ze een fluoridetabletje. Net als ik vroeger. Nu maar hopen dat het hetzelfde effect heeft: zonder gaatjes tot je 36e (of liever levenslang). 

 

Gelukkig vond ik op de site van GGD Nederland dat ook zij, ondanks het feit dat mondverzorging geen gezondheidsprioriteit blijkt te zijn, gelukkig aan de slag gaan met het probleem en scholen vraagt zich aan te sluiten bij het preventieprogramma mondzorg.

 

Laten we hopen dat het ergens toe leidt, al is het maar minder snoep traktaties op school, want dat vind ik – zoals jullie al weten – ook geen goed idee. Onder andere om deze reden. 

 

Meer lezen?

Tandenpoetsen op Kiind

Artikel van de GGD

 



Overleefd?
25.05.2011 | Madelon | Spelen, Opgroeien

Inmiddels is de feestweek van zoonlief voorbij. Ik realiseer me nu ik dit schrijf, dat het een week geleden is dat we ons piratenfestijn hadden. De grap vond ik eigenlijk dat we van alle kanten, maar dan ook echt alle kanten, succeswensen kregen. Want echt, met acht mannetjes een feestje vieren, dat is echt NIET TE DOEN. Ik had me voorbereid op het ergste...

Dat viel dus reuze mee. Je voorbereiden helpt overigens wel, dan kan het alleen maar meevallen. En het viel mee. Ik wenste een collega-moeder - die had het meidenfeestje van haar dochter op dezelfde middag - nog succes. En ook zij liet relaxed weten dat het springkussen in de tuin wonderen verricht had.  Het taart versieren was een groot feest, vooral de slagroom in je mond spuiten. Wat mij dan weer verbaasde was, dat – behalve onze zoon – niemand zijn versierde cake op had. Zoon was dan ook hevig geïrriteerd dat iedereen al ongeveer buiten het hek stond, terwijl hij nog van z’n taartje aan het genieten was.

Na de taart gingen we op schattentocht. Mijn lief had op internet allemaal leuke sjablonen gevonden voor piratenpostpapier en piratendiploma’s. Het was allemaal net echt. En we hadden nog wat oude kisten staan die het prima deden als schatkist.  Op het schateiland gingen we – met zelfversierde bandana’s - haaihappen, spijkerpoepen, gouden-eieren-lopen, schatduiken (met snoepje in een bak water), touwtrekken en hadden we een groot waterbalonnengevecht met de tegenstanders. Ze vonden het geweldig. Bij ons achter is een groot maar verstopt veld, dus daar was niemand en ze konden nog even helemaal los. Als dan op de terugweg de mannen die al zes zijn zeggen dat ze het ‘echt vet’  vonden, en ik later door een andere moeder word bedankt – haar zoon wil nu hetzelfde – denk ik: dat hebben we toch weer goed gedaan. Met veel dank ook vooral voor mijn lief, want hij heeft het meeste gedaan. Als ik dan hoor dat andere moeders in hun eentje met zes jochies door het bos moet struinen, dan realiseer ik me dat het toch dat ik wel heel erg bof. Kennelijk is het niet voor iedereen logisch dat je er met zijn tweeën bij bent op het partijtje van je kind. Of kan ik dat niet zeggen? Mijn vader was er vroeger ook altijd bij, en dat is nu ruim 30 jaar geleden…vond ik ook logisch.

Volgend jaar doen we het weer!



Feestweek
07.05.2011 | Madelon | Voeding

Elk jaar is het weer een feest, de verjaardag van de kinderen. Als je dit leest, val je midden in onze festiviteiten. Ik kan me daar erg op verheugen, gewoon omdat ze het zelf heel spannend en leuk vinden, en ze eigenlijk helemaal niet weten wat het betekent. Tot nu. 

 

Zoon is deze week jarig, hij wordt vijf. Wat ik altijd heel fijn vond, was dat onze kinderen nooit zoveel verwachtingen hadden van hun verjaardag. Ja, natuurlijk de cadeautjes en de taart met kaarsjes, het zingen en bezoek. Maar, hoe die cadeaus er dan uitzagen, en wat voor taart dat was, dat was nooit zo relevant. Als het er maar was. Dit jaar is dat anders.

 

Want, als je vijf wordt zit je in ons land doorgaans op school. En heb je dus de verjaardag van – in ons geval – de hele school al achter de rug. Met alle (on)gewenste bijeffecten. Ik blijf me namelijk verbazen over traktaties (ALTIJD snoep), de feestjes (speelparadijzen) en de hoeveelheid kinderen op een kinderpartijtje. Noem me conservatief, niet hip, ‘doe-niet-zo-moeilijk-het-is-feest', en variaties op dat thema. Ik vind dat dus echt onzin. Ze worden vijf (of zes)! En, een traktatie kan toch ook een leuk cadeautje zijn? Waarom moet dat nou altijd snoep zijn? Omdat het feest is? Het is elk jaar dertig keer feest. En dertig keer een partijtje. En dan ook nog op de opvang. Het kan niet elke dag ‘feest’ zijn! Er zijn toch alternatieven? En, naar overdekte speelparadijzen of andere grote partijtjes: als je daar nu al aan begint, wat moet je dan nog bedenken als ze straks tien worden? Waar gaat het heen? Nou ja, zielig of niet, wij hebben er voor gekozen om het toch een beetje anders te doen.

 

Als fervent webshopper heb ik de nodige leuke cadeautjes geshopt om te trakteren. Zit geen suiker in! En, het feestje doen we lekker thuis, op het schateiland tegenover ons huis (dat is een soort mini-Nieuwkoopse-plassen) en op het grote veld bij ons achter. En daar hebben we een verhaal omheen bedacht, zodat het ook nog wel een beetje spannend en leuk is. En de mannen straks op het partijtje helemaal los kunnen. Dan is het huis maar even vies. Voor de zekerheid hebben we de inhoud van de spelletjes nog wel even gecheckt bij onze man, maar hij vond het helemaal leuk. En hij mocht zelf kiezen wie hij wilde uitnodigen (en toen hij op zes uitkwam terwijl we vijf hadden gezegd, vonden we dat ook goed). Uiteindelijk viert hij vijf keer zijn verjaardag: op z’n verjaardag, de dag erna (met familie), op maandag op school (want het is vakantie), op dinsdag op de NSO (dat kon niet op school vanwege de schoolfotograaf, dan werd het te druk) en op woensdag het partijtje. Nou me dunkt: dat noem ik een feestWEEK!

 

Meer lezen?

Feest vieren

Jarige job

Kinderpartijtje indianenfeest

 

 



Schema
02.04.2011 | Madelon | Opgroeien

 Het lijkt wel of ik in herhaling val, maar ik blijf toch even op het tijd aspect doorgaan. Misschien ook wel leuk, want 1x zeggen dat je geen tijd hebt, en daar vervolgens niet op terugkomen, komt niet geloofwaardig over. Althans, zo zie ik het. Zie ook mijn vorige blogs hierover, die toevallig allebei Tijd heten. 

 

Wij hebben een strak schema thuis. En, als ik er goed over nadenk, en ook verhalen van anderen hoor, ben ik echt gezegend met mijn lief. ’s Morgens staat hij als eerste op en zorgt, naast eerst voor zichzelf, dat beneden alles klaar is. Dat wil zeggen brood voor de kinderen, brood en drinken voor overblijven, thee voor mij (lieefff). En zorgt dan dat hij voor half 8 de deur uit is (streeftijd) om aan het einde van de dag de kinderen van de creche/NSO/opa-en-oma op te halen. Sinds onze oudste naar school gaat, breng ik de kinderen naar respectievelijk crèche en school, nadat ik de ontbijttroep heb opgeruimd, zodat het huis netjes is als we weer thuis komen. Omdat school -  in mijn werk-optiek -belachelijk laat begint (8.45u) ben ik met goed geluk zo tussen 9.30 en 10.00u op mijn werk, afhankelijk van de files. Om door te werken tot ik echt naar huis moet om rond 18.00-18.15u thuis te zijn zodat we samen kunnen eten. Wat mijn lief dan weer heeft gekookt/uit de vriezer opgewarmd. Dat op tijd thuis zijn lukt niet altijd, vanwege diezelfde files. 

 

Nu pleit ik erg voor file-loos reizen, maar zolang mijn dorp geen treinstation heeft, is OV voor mij geen optie. En, ik heb die files ook niet zelf in de hand – wat zou dat toch heerlijk zijn – want die staan tegenwoordig op de gekste momenten, en ik heb het grote talent om afspraken te laten uitlopen met alle gevolgen van dien. Maar, geen stress. Hoe dan ook, het schema is erg georganiseerd en strak. 

 

En dan worden de kinderen ziek. Bij voorkeur op zondagavond zodat we geen tijd hebben om ook maar iets te regelen en een van ons voor de gedwongen keuze staat om thuis te blijven. Nu heb ik doorgaans erg flexibele opdrachtgevers, waarbij thuiswerken geen probleem is. Dat geldt niet voor mijn lief. ‘Gelukkig’ had ik die maandag geen afspraken, en anders was het toch jammer van die afspraken, en was ik thuis om ons ‘Houston we have a problem’-plan in werking te laten treden. Dat bestaat uit het informeren bij mijn ouders, die dan misschien wel geen werk meer hebben (pensioen) maar wel erg veel andere bezigheden en daarmee een drukke agenda, welke afspraken ze kunnen verzetten of afzeggen of vanuit ons huis kunnen doen. Zodat zij op di/woe/do bij ons kunnen zijn. Deze keer ging dat met een lief die zijn vrije dag van woensdag naar dinsdag verzette. Mijn ouders vervingen zijn vrije woensdag, op donderdag was zoon beter en kreeg dochter koorts, die we dan op goed geluk met zetpil naar de crèche stuurde, waarbij mijn lief stand-by stond. Gelukkig hebben wij een flexibele crèche die een temperatuur van 38,5 nogal rekbaar bekijken, vooral aan het einde van de dag. Dus, dat ging goed. 

 

Dan komt het moeder/vadergevoel opzetten: tja, ze is toch ziek, en we moeten er toch zijn voor de kinderen, maar ja, vakantiedagen zijn er voor vakantie. Zorgverlof is een leuk concept dat door de overheid is bedacht, en wordt doorgevoerd, maar helaas niet in elke bedrijfsvoering is terug te voeren. En soms heb je nu eenmaal te maken met de waan van de dag en vele andere partijen waardoor afspraken soms erg lastig zijn om af te zeggen. Om maar te zwijgen van het feit dat ons schema prima werkt als er GEEN afwijkingen zijn. Zijn die er wel, dan word ik heel onrustig, en raak ik mijn overzicht kwijt. En dat heeft dan ook weer consequenties. Ik ben dan ook heel blij met mijn lief die heel goed meedenkt, en meedoet, en er niet standaard vanuit gaat dat ik als moeder het probleem wel oplost. Helaas, echt, ik vind dat helaas, zie en hoor ik dat echt nog zoveel bij anderen… Wat zouden we daar nou aan kunnen doen? Of willen we dat ook gewoon echt niet?

 



Voor alles is een eerste keer
10.03.2011 | Madelon | Er op uit

We hebben net een heerlijk weekje wintersport achter de rug, met de hele familie. We hadden wat te vieren (40-jarig huwelijk van mijn schoonouders, zie dat tegenwoordig maar eens te halen, maar dat terzijde). In ieder geval togen wij eind februari met auto naar Oostenrijk, met geen ski-verwachtingen, en veel goede zin in een relaxte week. 

 

En dat werd het. Nu moet je weten dat mijn lief en ik erg fanatieke (Frankrijk)skiërs zijn, het gebied moet minimaal 300 km piste hebben, anders vervelen we ons. We zijn nu eenmaal aan elkaar gewaagd, en kilometervreters (dat kan de rest van de familie inmiddels ook beamen). Dus, ik had zelf altijd mijn bedenkingen over de kleine Oostenrijkse skigebieden. We zaten in een prachtig hotel in een minstens zo fijn dorpje. Lekker authentiek, er wonen gewoon mensen, ook als er geen sneeuw ligt, en een klein skigebied met zo’n 80 km piste. 

 

Maar, we gingen ook voor het eerst met kinderen. Zoon ging op les, lekker van 10.00u – 12.00u en van 13.00u – 15.00u (en als het aan hem lag ook nog tussendoor). Niet te houden. Dat deed ons dan weer goed, want wat als hij skiën nou NIET leuk zou vinden...! Onze Alberto Tomba in spe vond het fantastisch. En, op de laatste dag ging hij ook echt zelf en alleen met sleeplift (pannenkoek) naar boven, en ook heel snel weer omlaag. Wij zijn trots!

 

Dochter was nog te jong om op les te gaan, maar vermaakte zich prima in de sneeuw met slee en sneeuwballen, en ombindski’s om  te oefenen. Met een fantastisch skipak van Musjes vond iedereen haar helemaal het einde, ze leek net een teletubbie: “nee, ik ben geen teletubbie mama! Ik ben ikke’. En, als ze moe was en niet wilde slapen legden we haar heel banaal op de bank in het dalrestaurant, onder de muziekbox, te slapen. Werkte prima (al duurde het soms even voor ze toegaf dat ze toch echt wel moe was). 

 

Als je ene kind dan op les zit, en de ander afwisselend door de familie in de gaten wordt gehouden is er, zoals je begrijpt, weinig tijd voor lange skitochten, en was dat kleine gebied een verademing: in twee minuten beneden, langste afstand vijftien minuten, dus erg ver konden we nooit zijn. En, ik vond het heerlijk. Lekker relaxte pistes, geen gestress of je de laatste lift wel zou halen, niet gesloopt na een dag skiën maar gewoon lekker gesport. En, de Oostenrijkers daar waren echt bijzonder vriendelijk, kunnen we hier –en in Frankrijk– nog wat van leren. Voor alles is dus een eerste keer, voor kinderen om te leren skiën en voor ons om ook een relaxed op wintersport te gaan. En we hebben meer geskied dan van tevoren gedacht. Volgend jaar gaan we weer. 

 



Gezond eten?
19.02.2011 | Madelon | Voeding

Noem het toeval, of misschien moest het zo zijn, maar de afgelopen maand ben ik in willekeurige volgorde geconfronteerd met – laat ik het noemen - ‘gezond eten en slechte toevoegingen’. Ik ben groot fan van het kookmagazine Delicious., met superfijne recepten, altijd gebaseerd op het seizoen en ook met focus op biologisch. Nu stond er in het januari nummer een stukje over eten = weten. Dit keer was de titel “Iemand een onsje E-nummers”. In de inleiding stond “we lazen het boekje ‘Wat zit er in uw eten?’ en raakten een beetje van streek”. Aangezien ik zelf ook nogal van puur eten houd, haalde ik dat boekje uit de bieb. En, je raad het al, mijn reactie was hetzelfde. Ik schrok me een ongeluk. 

 

Vervolgens lees ik in Yoga-magazine een interview met een yoga-voedingsinstructeur die gewoon doodleuk zegt: ‘Een zak chips leegeten lukt prima, maar onbeperkt ananas eten lukt je niet’. Waarom eten we de ongezonde dingen teveel, en de producten die gewoon in de natuur groeien en bloeien kennelijk veel minder. Haar antwoord lag in de trant “de natuur legt daar een automatische rem op”. Het boekje ‘ Wat zit er in uw eten?’ zegt dat er in chips (en heel veel andere producten) een toevoeging zit die maakt dat je zin krijgt in meer. Tja, ik eet ook heel graag chips, en nootjes etcetera, en die hand blijft maar in de zak gaan om er gevuld weer uit te komen. Dus ik zag de kern van waarheid wel. Maar, wat die stoffen als effect op je gezondheid en gestel hebben, en vooral op dat van kinderen, daar schrok ik ook van.  

 

Komt in februari de nieuwe Kiind uit en waar gaat het eerste artikel over, juist, die toevoegingen en gezond eten. En tot slot is er in EenVandaag een item over de relatie tussen ADHD en voedingsstoffen

Het moest zo zijn. Het zijn wel allemaal appels en peren die ik hier met elkaar vergelijk, maar de boodschap is dat voeding wel degelijk invloed heeft op je gemoedstoestand. Waar ik me over verbaas is dat er vooral in het boekje ‘Wat zit er in uw eten?’ heel fanatiek wordt gewaarschuwd, maar dat ik er weinig wetenschappelijk ervaringen over terug kan vinden. Met uitzondering  van een paar amateuristische websites. Maar, ik vind het plausibel, want waarom zou ik toevoegingen eten of drinken die ik niet nodig heb? Dus, ik heb het boekje gekocht, en sinds kort lees ik etiketten, neem ik het boekje mee om te testen (het zijn nogal wat stoffen, die toevoegingen), hebben we alle chips, behalve naturel, en light-producten uit de kast geschrapt en heeft de reformwinkel er een nieuwe klant bij. Nu eens kijken welk effect het op de kinderen heeft. Op mij heeft het wel effect, ik ben namelijk veel minder moe. En dat alleen is me zoveel waard. Oh ja, en leuke bijkomstigheid, ik heb minder zin in snoepen, doe dat ook minder, en val er nog van af ook! 

 

PS: Delicous. noemt ook het boekje "Stefan Gates on E-numbers", hij is wat minder strikt, en ziet minder gevaar. En hij heeft een tip waar ik me sowieso wel in kan vinden: “Don’t eat to much rubbish, have fun with your food and please teach your kids to cook”. 

 

 



Tuttebel
05.02.2011 | Madelon | Spelen

Onze dochter van twee-en-een-beetje is ons lekkere dingetje. Ze is altijd vrolijk, eet wat haar wordt voorgezet, slaapt zoals dat hoort, zou iets meer kunnen drinken, praat, en speelt. Het maakt niet uit wat ze in haar handen krijgt, ze kan overal wel iets leuks mee verzinnen. Heerlijk vind ik dat, zo’n zelfvermakend kind. 

 

Nou heb ik altijd gezegd, ik zeg wel vaker wat zoals je weet, en dan kom ik er steeds weer op terug, ‘als ik een dochter krijg, dan mag ze van mij alle kleren aan die ze wil, maar geen roze.’ Het eerste wat mijn lief van mij moest doen na haar geboorte (behalve een roze romper die na een uur al vies was had ik geen roze kleding), is roze kleding kopen. Het is toch een kale baby, en in het lichtblauw leek het toch ook echt wel een jongetje. Naast die anti-roze kleding was ik ook nog anti-poppen, anti-tutspullen en anti-Hello Kitty (dat laatste ben ik nog steeds). En dochter ontwikkelde zich zo het eerst jaar als een stoer wijfie. Mooi. 

 

Ik herinner me nog Sinterklaas van 2009, toen was ze één-en-een-beetje en liep. We vierden het bij de familie, en ons nichtje kreeg een zak vol armbandjes, kettingen en dat soort freubels. En wie liep er mee weg? Juist. Onze dochter. Zelf kreeg ze een keukentje, maar daar moest ze niets van hebben. Zat ik dan. Dus, op haar tweede verjaardag kreeg ze een eigen make-upkit (van hout) en een zak vol armbandjes, kettingen, enzovoorts. Die slingeren nu altijd door het huis. Je kunt je voorstellen hoe leuk ze het WK vond afgelopen zomer (de gratis armbandjes die verspreid werden), die hebben we ook nog allemaal. In drievoud. 

 

En nu heeft dochter een nieuwe hobby: kappertje spelen. Niet op een pop, nee op levende mensen, bij voorkeur mama, want mama heeft het langste haar van iedereen. Dus, zegt ze, ‘mama op grond sitte, ik jouw haartjes doen’. Twee-en-een-beetje hé. Dan loopt ze zelf naar boven, waar ze op haar kamer haar bakje met ‘stiekjes’ en speldjes haalt, en de kam. Komt ze weer beneden, klimt op de bank, en dan begint het feest. Alle speldjes uit het bakje – en dat zijn er nogal wat – moeten dus in mijn haar (en dat is nogal lang). Zo zijn we zomaar een uur zoet. Dan kan ik lekker mijn boek lezen, dat dan weer wel. Want, ik mag niet bewegen, behalve voor een slokje koffie, die ze het liefst ook nog zelf zet, maar dat vind ik niet goed. En na dat uur is ze een half uur bezig om de speldjes eruit te halen, en is het tijd voor het middageten. Vandaag was het papadag, dus ze was eerst heel teleurgesteld, want dan kon ze geen kappertje doen. Maar, toen bedacht ze, papa’s haar is dan misschien niet zo lang, maar die speldjes kunnen er best in. Onze tuttebel. 

 

 



Bezinning
22.01.2011 | Madelon | Opgroeien, Slapen

Toen ik Kiind Magazine leerde kennen, nog niet zo heel lang geleden, en ik las de oproep om te gaan bloggen, dacht ik. Lijkt me leuk, maar ik heb geen tijd (zie ook mijn eerste blog). Inmiddels zijn we zo’n vier maanden verder, en ik vind het eigenlijk gewoon heel erg leuk! Een vriendin vroeg laatst, vind je het dan niet moeilijk om elke week weer iets nieuws te bedenken? Ik realiseerde me dat ik het eigenlijk juist heel goed vind: elke week even bewust nadenken over wat mijn kinderen die week gebracht (of gehaald) hebben. Het lijkt zo gewoon allemaal, twee kinderen, die het ‘doen’, van elke ‘soort’ één, met alles er op en eraan. En als ik dan verder denk, zie ik een klein meisje van 2-en-een-beetje, die allemaal hele spannende dingen meemaakt, en niet onder wil doen voor haar broer van 4,5. Maar, dat ik haar dan vasthoud, en haar hartje heel hard voel kloppen. Dan vind ik het helemaal niet erg als ze na Oud & Nieuw drie nachten bij ons in bed ligt, helemaal vastgeklemd omdat ze de ‘knalle beetje eng mama, licht ook, vuurwerk beetje pannend’. Dat ze dan vervolgens daarna niet meer in haar eigen bed wil slapen en echt de hele boel bij elkaar krijst –echt krijst- en ik tien keer ‘Maantje tuurt’ moet zingen en dan nog niet rustig is. Al die activiteiten in zo’n decembermaand, dat is nogal was, en allemaal spannend, en dan ben je twee! Ik vind dat ik daar best even bij stil mag staan, en dat ze dat ook verdient. Of dat zoon nu ruim een half jaar naar school gaat, en daar elke dag weer nieuwe dingen leert, en alles om hem heen zo bijzonder en leuk vindt. Elke week met een ander vriendje thuiskomt, en dan uren samen met de LEGO spelen. En dat hij dan af en toe echt even heel chagerijnig is, omdat hij het ook niet meer weet, en niet kan uitleggen wat hem dwars zit, en eigenlijk gewoon heel moe is, maar dat niet wil toegeven. En dan óók nog een decembermaand met Sinterklaas op school, en optredens, en een Kerstdiner waar papa en mama niet bij zijn (kids only). Dan denk ik, ach, wat hebben die kinderen toch weer veel te verwerken. Dus januari is voor ons een maand van bezinning. Even weer terug in de ritmes, even weer wat matiger, gezond eten, lekker naar buiten. Ook de maand dat wij altijd allemaal ziek zijn, waar we vanzelf rustiger aan van gaan doen. En om na te denken over wat we allemaal wél hebben, en wat voor fijne kindjes wij hebben. En dat we daar eigenlijk gewoon ongelooflijk trots op zijn. Dat is toch heerlijk om op te kunnen schrijven! En van mij mag ook de hele wereld dat weten: WIJ HEBBEN ECHT TWEE GEWELDIGE KINDEREN!

<< oudere berichten