Labels
Draagdoeken | Er op uit | Geboorte | Luieren | Opgroeien
Slapen | Spelen | Voeding
Inhoud
Maak het | In Beeld | Leesvoer | Blog
Beginpagina | Over Kiind | Zoeken | Nieuwsbrief
Ga toch buitenspelen!
15.01.2011 | Madelon | Spelen

Ik heb me er lang tegen verzet: televisie kijken, kinderdvd’s, computers. Alles dat met technologie te maken had, dat is niet zo nodig. Al die kinderen van drie met een DS, wat een onzin. Ze kunnen nog niet eens kleuren. Ga lekker buiten spelen, in rekken hangen, klimmen en verstoppertje spelen.

 

Zoon speelde altijd al heel lief met alles behalve speelgoed, vermaakt zich met pollepels, afwasborstels en lege plastic flessen, en had helemaal niets met het concept televisie (behalve grote groene velden, bij voorkeur zonder spelers). Vanaf een jaar of 2,5 begon langzaam het concept ‘TV’ door te dringen. Dat kwam mij ook wel goed uit, want inmiddels zwanger van nummer 2 vond ik even stilzitten ook wel fijn. Dochter daarentegen kijkt al tv vanaf dat ze 1 is. Hij stond dan ook wel aan, voor zoon, dan krijg je dat. Ze kent alle animaties en tekenfilmfiguren, zingt uit volle borst mee, en zit dus ook echt een half uur geconcentreerd te kijken. Zoon speelt nog steeds liever met LEGO. 

 

Nou ben ik zelf de laatste tijd nogal doorgeschoten in het volgen van technologische ontwikkelingen. Mijn vriendinnen zeggen wel eens, hoe kan het dat jij die als laatste een mobiele telefoon had (2003, echt waar), nu alles weet van online platforms en social media? Tja… dat is zo ontstaan. Maar, nou vond ik dat als ik me toch enigszins online kan redden, mijn kinderen daar dan toch ook iets van moesten meekrijgen. Nu is dat niet zo moeilijk met de meest kindvriendelijke telefoon van de wereld: de Iphone. Dus, die staat nu vol met spelletjes, en nu maken ze ruzie om wie er mag. Kortom, we moeten er nog 1 (want ik weiger nog steeds de DS, principekwestie). Zoon leert op school overigens met smartboard en laptop vanaf het begin om met computers om te gaan, dus zo gek was mijn bijspijkercursus niet. Hij vindt ‘compjoeturuh’ helemaal geweldig, het enige wat hij irritant vindt is dat hij nog niet kan typen. Maar goed, extra motivatie om letters te leren dus (voordeel!). 

 

Nu waren we afgelopen zondag op een verjaardag, hierbij het verslag van zoon: … ‘in een leuk restaurantje, in Amsterdam, oma, en daar zag ik aan de barrrrr met een jongetje en die had een hele grote Iphone*. Die wil ik nu ook’. Dus. Ze waren zo lief aan het spelen met z’n tweeën. En zeg nou eerlijk, die spelletjes op touchscreens, dat is toch helemaal het einde voor die kinderen? Dan gebeurt er wat jij wilt. Zo’n computercursor vliegt maar door het scherm, zo’n muis luistert helemaal niet, dat is helemaal niet handig. En eigenlijk geef ik hem nog gelijk ook. De laatste aanwinst is trouwens de applicatie van Woezel en Pip, spelen en leren, vanaf twee jaar, en ze zijn er erg zoet mee, allebei. Mijn verzet is, zoals je begrijpt, volledig verdwenen, en misschien ben ik er zelfs wel in doorgeslagen 

 

*voor degenen die het niet kennen, dat is dus een Ipad, die hebben we nog (net) niet. 

 

 



Weg
08.01.2011 | Madelon | Opgroeien

Onze kinderen gaan elke week twee dagen naar de opvang. De crèche is gewoon altijd hetzelfde, en de naschoolse opvang (NSO) organiseert hele dagen met leuke spellen tijdens de vakanties. Ideaal. Wij kunnen dus allebei ‘gewoon’ blijven werken, en kunnen met onze schamele 25 vakantiedagen per jaar, ook nog ‘gewoon’ op vakantie met de kinderen. Maar… de opvang is ook één week per jaar dicht. En dat is deze week, tussen Kerst en Oud & Nieuw. Gelukkig weten we dat al jaren (ik ben graag ruim van tevoren geïnformeerd), maar tot nu toe kwamen we er altijd goed mee weg, want de opvangdagen vielen altijd op een feestdag. Of tenminste een van die dagen! Dit jaar dus niet. 

 

Gelukkig heb ik hele lieve ouders (mijn lief ook hoor…) die niet meer werken, en relatief ver weg wonen, dus de kinderen niet zo vaak zien. En laten die het nou helemaal niet vervelend vinden om een weekje op te passen! Dus, deze week, sinds Tweede Kerstdag, zijn onze kinderen bij hun pake* en oma. En zoon maakt ook nog een tussenstop bij zijn tante die hem schandalig heeft verwend met leuke dingen doen en lekkere dingen eten (vul zelf maar in). En wij, wij zijn dus gewoon aan het werk. Moet ook gebeuren. 

 

Van tevoren verheug ik me altijd enorm op die dagen dat de kinderen er even niet zijn. Begrijp me niet verkeerd, ik ben echt dol op ze, maar soms vind ik het ook wel even lekker om niet met van alles rekening te houden, en te eten wat en wanneer (en waar) wij dat willen, en samen te sporten of andere leuke dingen te doen. En vooral om ’s morgens net even iets langer te kunnen blijven liggen dan normaal, en zonder springende kinderen op bed. Maar ja, als de kinderen dan weg zijn, kiezen we altijd net die verkeerde film uit om naar te kijken. Waardoor ik alleen maar zit te brullen, omdat er iets met kindjes is. Normaal ren ik dan naar boven om even te kijken of ze er nog zijn, maar nu vind ik lege bedden. En mis ik ze extra. En, als we dan om 19.00 uur helemaal klaar zijn met eten, opruimen (wat ook veel sneller gaat), en op de bank zitten, vragen we ons af: wat zullen we nou eens gaan doen?

 

Dus, ik geniet, maar met mate, en verheug me enorm op de dag van morgen, want dan komen ze weer thuis! En zij? Als we bellen, dan kan er nog net vanaf wat ze op dat moment aan het doen zijn en klinkt er een ‘doei’. En weg zijn ze, veel te druk met alles dat ze thuis niet hebben, en alle leuke dingen die ze doen. Zouden ze ons net zo missen als wij hen?

 

*Pake is Fries voor opa. Mijn vader is Fries dus is hij pake. Mijn moeder is niet Fries, dus die is geen beppe.

 

PS: ik wens iedereen verder een heel mooi 2011: may all your wishes come true.

     
  


Hoezo, bijzonder?
25.12.2010 | Madelon | Er op uit

Vandaag sneeuwt het. Toen ik vanochtend de gordijnen opendeed, keek ik in een prachtig witte tuin. De kinderen lagen nog bij mij in bed, en met z’n drieën keken we door het raam. Ik ben altijd erg onder de indruk van sneeuw, het straalt zo’n rust uit en ik vind het zo mooi. Dus, elke keer als het sneeuwt zeg ik tegen de kinderen dat ze vooral maar goed moeten kijken en veel in de sneeuw moeten spelen. Zo vaak sneeuwt het niet in Nederland.

 

Vervolgens zegt mijn zoon vanmorgen: "Ja maar mama, het sneeuwt toch elke winter". Dus ik ging eens na: dit is de tweede winter die hij bewust meemaakt (hij is 4,5), en al is het de derde: tot nu toe heeft het altijd gesneeuwd, of lag er altijd ijs. En ook mijn dochter, die dan misschien de seizoenen nog niet bewust meemaakt -ze is bijna 2,5- weet niet beter dan dat het sneeuwt in de winter. Dus, ook al is het voor mij heel bijzonder, voor hen is dat dus minder. Ik kan me winters herinneren waarin ik in mijn dikke trui buiten liep, zo zacht was het. Of, dat ik gewoon altijd met open raam sliep. Moet ik nu even niet aan denken. Dat zou overigens kunnen komen omdat ik nu echt onder het raam slaap, dat is ook nieuw. 

 

Maar, als ik dan voorstel om lekker in de sneeuw te gaan rollen, en te sleeën, en sneeuwpoppen te maken, dan is het antwoord: “Ja, maar sneeuw is zo koud.” Omdat vandaag autorijden niet heel geslaagd was -ik stond vanmorgen dwars op de rotonde- wilde ik zoon van school halen met de slee. Stevige wandeling van drie kwartier, maar leek me wel leuk zo aan het begin van de kerstvakantie. Dus, dochter ingepakt, dekens om haar heen, en klaar. Wilde ze niet meer. Tranen met tuiten: “koud, sneeuw in ogen, niet fijn, slee eng (…).” 

 

Nu gaan we dit jaar op wintersport en voor het eerst mag zoon ook skiën. Hij vindt het op televisie geweldig om naar te kijken. Deze week hebben we samen een heus skipak gekocht met de belofte ook echt te gaan skiën. Ik moet het nog zien. Zodra het ook maar enigszins koud, nat of vies is, dan ontstaat er een collectiever terugtrekbeweging naar binnen. Geen idee van wie ze dat hebben, mijn lief en ik zijn wel erg van de frisse neus (al moet ik toegeven dat ik dat ook liever doe als het droog is en de zon schijnt, wie niet?). En ik ski ook het liefst met mooi weer, maar ik ski graag, weer of geen weer. Daar heb je mutsen, sjaals en sneeuwbrillen voor. Misschien moet ik die maar eens gaan aanschaffen! En moonboots (voor de kinderen dan). Tijd voor een online oriëntatie, vanuit mijn warme luie stoel. 


 



Vol verwachting klopt ons hart
11.12.2010 | Madelon | Spelen

Wat was het toch weer een heerlijke avond, en wat ben ik toch trots op mijn kinderen. Op allebei. Het is toch best een heel avontuur, dat Sinterklaasgebeuren. Sinterklaas die op televisie aankomt ('dan kan hij niet bij ons komen hé mam', 'nee dat kan niet schat').  Dan het Sinterklaasjournaal wat bij voorkeur en ’s avonds (als we dat al redden) en ’s morgens bekeken moest worden. Want stel je voor dat er ’s nachts wat zou gebeuren… En Sinterklaas die bij ons aankomt. En, de schoen zetten, en Sinterklaas op school, crèche en NSO. En Sinterklaas op judo, bij de voetbal en weet ik verder waar nog meer (die laatste heb ik maar overgeslagen, vond het wat veel). 

 

Zoon is nu vier, en maakt het hele Sinterklaasverhaal bewust mee. Dat vind ik wel heel leuk. Al moet ik toegeven dat ik vind dat hij veel te bijdehandte vragen stelt over het bestaan van Sinterklaas. Dus mijn antwoord was steevast: ‘Vraag maar aan Sinterklaas zelf’, en dat was nog wel eng. Maar, hij wilde wel een handje geven toen Sint aankwam, dat vond ik wel stoer. Hij kan er ook nog niet aan wennen dat Sinterklaas weer weg is en hoopt nog regelmatig op iets in zijn schoen. Helaas. 

 

Dochter is twee, en die vind het vooral allemaal heel ‘beetje pannend mama, Sinterklaas’. Pietjes vind ze leuk, maar die grote Sint, dat vind ze maar niks. Toen Sint aankwam, en langs ons liep wilde hij haar een aai geven, nou dat was dus niet gewenst (ik was doof aan een oor): 'NEEEEEEEEEE!' En ze dook nog net niet in de gracht achter me. Maar, vanachter haar grote broer, die zich ook zo ging voelen en gedragen, vond ze het allemaal ook wel leuk. Als hij maar in de buurt bleef. Zo schattig. 

 

Er werd fanatiek liedjes gezongen, elke dag kwam er wel een bij. Gelukkig werd dit niet elke avond een verzoek om de schoen te zetten. En, langzaam werkten we naar de grote dag. Lang van tevoren hadden mijn lief en ik al de speelgoedgidsen neergelegd, en heuse verlanglijstjes werden gemaakt. Gelukkig waren ze best bescheiden. *glim* En, ze zochten goed speelgoed uit: speel goed, knutsel goed, stoer goed en bouw goed. Zoals inmiddels bekend shoppen wij vooral online, dus de webwinkeliers hebben weer van ons kunnen genieten, naast de lokale speelgoedwinkel (want die had geen webshop). Op 5 december kwamen opa en oma, oom en tante met twee nichtjes (10 en 5) en oom en tante zonder kids. Zaten we daar met borrel, hapjes, broodjes en kaasjes, al wachtend op de hulppieten van 2 huizen verderop die zouden ‘bellen’. Gingen ze gewoon zitten puzzelen: Het was toch al gezellig! Toen de pepernoten vervolgens door de gang vlogen, wisten ze even niet hoe ze het hadden. Daar stond de zak, met cadeaus. Voor alle kindjes cadeaus. Na twee exemplaren vond zoon het wel mooi: 'wat een mooie cadeaus heb ik gekregen hé mam' *glim*, 'precies zoals ik had gevraagd'.  Zich vervolgens ernstig afvragend hoe Sint dat dan weet. En dochter was nergens meer te bekennen met haar ‘Bibelo’, had Sint dus goed uitgezocht. Ik zal verder niet ingaan op de hoeveelheid, het was weer veel te gek, maar wilde vooral stilstaan bij de dankbaarheid van onze kinderen voor elk cadeau dat ze kregen: overal werd aandacht aan besteed en mee gespeeld. En bij elke nieuwe cadeau waren ze weer verbaasd: 'voor mij? Nog een?'

 

 



De spenenfee
04.12.2010 | Madelon | Slapen

Aan alles komt een eind, zo ook aan luiers en bedplassen. Zoon is zo sinds zijn bijna derde overdag zindelijk. Opeens wilde hij geen luier meer om, en wilde hij op de ‘zeezee’. Dat ging ook meteen goed, op een klein ongelukje af en toe na, logisch. Het verhaal voor ’s nachts verliep wat anders. 

 

Zoon slaapt als een blok, kanonnen kun je afschieten, met oud en nieuw slaapt hij zelfs door de 300.000-knallers heen, dus ook door plassen. Dus, dat deed hij gewoon in zijn luier. Op een gegeven moment, ik denk zo’n twee maanden geleden wilde hij ’s nachts geen luier meer om. Maar ja, ik dacht, hij is nog nooit droog geweest ’s morgens, dus waarom zou hij dat nu opeens wel zijn. Dat was hij dus ook niet… dikke tranen als zijn bed weer nat was (en dat gebeurde zo’n drie keer per nacht, dus wij waren ook niet echt blij). De buren hadden hun jongste getraind met een plasluier, die zoon ‘pieponderbroek’ noemt. Dus, wij dat geprobeerd. Zodra er een druppel in zijn onderbroek kwam, ging het alarm loeien, echt niet normaal. Maar zoon hoorde niets. Die sliep gewoon door. Hij stopte trouwens wel meteen met plassen, dus het hielp wel. Maar goed, wij moesten er steeds uit (lees: mijn lief, want ik slaap als ontaarde moeder overal doorheen, ik hoor nooit wat). Niet blij. 

 

Nu was het zo dat zoon als sinds jaar en dag met een speen slaapt: zijn steun en toeverlaat. Maar, door die speen sliep hij ook heel diep. Toen zoon vier werd is de spenenfee gekomen om de speen weg te toveren, en na twee dagen had hij elke avond voor het slapen gaan veertig graden koorts (alleen ’s avonds). Na drie nachten vond ik het mooi geweest, en kwam de speen weer terug. En de koorts was ook meteen verdwenen. Ik vond dat toch wat dubieus, dus belde de dokter. Die zei, het klinkt misschien wat raar, maar hij had last van afkickverschijnselen. “Van een speen?!”. “Ja, van een speen”. Wat angstig voor herhaling hadden we zoon een cadeau beloofd als hij zeven nachten zonder speen had geslapen. En ook een cadeau als hij zeven nachten zonder piepende onderbroek had geslapen. Hij mocht de cadeaus van tevoren uitkiezen. Zeven dagen later was zoon speenloos, zonder afkickverschijnselen deze keer. Gelukkig maar (hij vraagt er nog elke avond om, maar snapt ook dat de speen nu weg is en niet meer terugkomt). 

 

Sinds de speen weg is, gaat het ’s nachts doorslapen zonder bedplassen ook heel goed. Hij slaapt wel minder diep, en is ook weer heel vroeg wakker, maar je kunt niet alles hebben. Ik ben trots op hem. Binnen de kortste keren had zoon twee mooie cadeaus, waar hij helemaal blij mee is. We overwegen nu dezelfde truc voor zelf eten, dat doet hij nog steeds niet. Maar, dan in januari. Nu eerst genieten van het Sinterklaasfeest en daarna Kerst. 


 



Tijd
27.11.2010 | Madelon | Opgroeien

Ik wilde wel, maar door andere keuzes te maken, lukte het me niet om vorige week een blog te schrijven. Nu moet ik toegeven dat vorige week ook wel een absurd drukke week was. Ik volg een training New Media Management in Utrecht, ik had mijn huidige opdracht en een nieuwe die erbij kwam. Allemaal heel leuk, maar intussen liep ook mijn mailbox over, had ik twee uitnodigingen voor leuke avonden, een fysiotherapeut en doktersbezoek, en ik redde de twee keer sporten deze week ook nog. En was ik blij?

 

Nee. Kan ik kort over zijn. Ik was zo moe dat ik vrijdagavond om 20.00 uur op de bank in slaap viel terwijl mijn lief onze nieuwe keuken aan het inplannen was. Of 'ik het wel leuk vond, de nieuwe keuken’. Weet dat ik sinds we in ons huis wonen een nieuwe keuken wil. En, wat knaagde nog meer, ik miste gewoon mijn kindjes, even knuffelen, voorlezen, in bad doen. Gewoon de normale dingen. Het samen eten. Een goed gesprek met mijn lief. Naast leuk werk, heb ik ook een heel leuk gezin en dat verdient ook tijd. Dus, dat gaan we vanaf nu anders doen.

 

Nu weet ik dat ik een aantal leerpunten heb: ik ben ontzettend enthousiast over nieuwe dingen, kan ook best goed nieuwe dingen bedenken (al zeg ik het zelf), maar ze uitvoeren dat is een minder groot talent van mij. Verder vind ik het lastig om ‘nee’ te zeggen, en denk ik nog steeds dat een dag uit dertig uur bestaat en ik vier handen heb. En dat leidt dus tot een te volle agenda, niet afgemaakte projecten, of niet goed genoeg (naar mijn smaak), moeheid (want die dertig uur in een dag gaan ten koste van slaap) en dus chagrijnig. En, niet gezellig voor mijn omgeving, voor geen enkele.

 

Dus mijn goede voornemens voor 2011 beginnen volgende week. Volle agenda is volle agenda, maximaal een avond in de week afspraak buitenshuis, drie keer in de week sporten (dat heeft ook een medisch achtergrond, niet sporten betekent vaste rug, betekent pijn, betekent ook niet gezellig). Nou heb ik een aantal platforms gevonden, die volg ik al een tijdje, waar je handige tips krijgt over hoe het ook anders kan. Ik lees het boekje ‘Lucht in je leven’ van  Simplify Life. De tips die zijn blijven hangen zijn: Plan je vrije tijd in en Goed is goed genoeg. Vooral dat vrije tijd inplannen vond ik een idiote gedachte, maar als ik dat dus niet doe, heb ik geen vrije tijd. Daar valt sporten voor mij trouwens ook wel onder hoor! En lekker koken in het weekend. Het komt neer op ‘me-time’. En verder ben ik groot fan van de Gezinnig. Voor volgend jaar hebben we de familyplanner aangeschaft: ik kan me nu al verheugen op het overzicht! En het verdwijnen van alle losse briefjes (boodschappen, 100-dingen-doen-briefjes, niet-vergeten-briefjes) en daarmee de rust. En dan ook nog een nieuwe keuken, met veel kastjes en geen losse spullen. Rust in ons huis, rust in mijn hoofd: blije kinderen, blij lief, blije ik.

 

NB: De uitdaging wordt dit keer wel echt ‘volhouden’. Dat is een uitdaging die steeds beter lukt, ik ben inmiddels vier kilo afgevallen door vol te houden, en dat voelt ook heel goed!

 



Afwegingen
13.11.2010 | Madelon | Er op uit, Opgroeien, Voeding

 

Wij doen bij ons thuis ons best om bewust om te gaan met elkaar, omgeving en onze spullen. Ik durf niet te zeggen dat wij heel erg biologisch, duurzaam of ecologisch leven. We ondernemen pogingen, maar gezien ons leven is het altijd de overweging in tijd en/of geld en duurzaamheid. Ik noem het dus maar steeds de bewuste afweging om wel of niet voor duurzaam en biologisch te kiezen.

 

Als ik het koud heb, doe ik de verwarming aan. Al is dat ook vaak niet nodig, omdat we over de hele achterkant (op het zuiden), zowel beneden als boven als op zolder, ramen hebben waar genoeg zonwarmte doorheen komt (behalve als het vriest). Diezelfde zolder functioneert daarom ook prima als droogruimte. We hebben een droger, maar die staat alleen aan voor de 10-20 minuten nadrogen als het al de hele week regent. De wasmachine draaide tot de geboorte van onze dochter alleen ’s avonds en in het weekend, maar dat redden we nu niet meer. Zeker niet met zolder-drogen: het past gewoon niet. Ik heb zelf ook liever de was op orde, in plaats van de hele stapel in het weekend te moeten wegwerken. Dat is de afweging. ‘Op orde zijn’ versus ‘spaarzamer met stroom’. 

 

Wij hebben twee auto’s. Als wij thuis zijn, brengen we zoon op de fiets naar school (behalve als het regent): de afweging nat kind (met toch nog gevoelige longen) versus droog kind. Met ophalen ligt dat wat genuanceerder. En ja, er bestaan regenpakken, maar die worden ook nat van binnen. Als ik werk, dat is dus de overige drie dagen van de week (woensdag brengt papa op zijn kinddag, en vrijdag is mijn kinddag), breng ik met de auto. Simpelweg omdat ik op de fiets van huis via crèche en school naar huis 45 minuten onderweg  ben, en met de auto in 20 minuten op weg ben naar mijn werk. En, waarom dan de auto: wij wonen in een dorp zonder NS station. De drie buslijnen die er twee keer per uur rijden, rijden allemaal op hetzelfde tijdstip. Dus als ik dan van huis via crèche en school bij de bushalte moet wachten op de volgende bus - omdat ik de vorige net gemist had – zit ik rond 10.30 uur wel achter mijn pc. Met de auto is dat een uur eerder. En omdat ik ook ’s avonds graag aan tafel mee-eet (wat mijn lief dan meestal maakt), heb ik dus ook geen tijd om terug met het OV te gaan, al is het maar omdat de bus vanaf half zeven nog maar een keer per uur rijdt (en ik woon echt in de Randstad!). De afweging hier is ‘er kunnen zijn voor onze kinderen’ versus ‘milieuvriendelijk(er) reizen’. Voor mijn lief geldt overigens hetzelfde: hij haalt. Als ik thuiswerk, wat ik ook veel doe, dan gaan we weer op de fiets. 

 

Het gaat dus bij ons om de afwegingen. Wij eten biologisch vlees, kopen vis en groenten van het seizoen (wel gewoon bij de supermarkt), biologische zuivel, kaas op de boerderij en bezoeken soms de landwinkel. Toch vind ik bio/eko-eten vaak toch wel heel duur. Dus daar is toch weer die afweging. We scheiden afval: plastic, rest, groen, papier en flessen. We hebben in de zomer een kleine moestuin (klein hoor!), en proberen veel naar buiten te gaan, als het kan op de fiets. Al met al vind ik überhaupt het overwegen al wel goed, zeker als ik om mij heen hoor en zie hoe mensen gewoon maar doen en nemen. Bewust omgaan met de omgeving vind ik wel belangrijk. En daarbij maak je soms keuzes die beter zijn voor het milieu, en soms niet. 

 

NB: in de regio Haaglanden, waar wij dus wonen, is een website www.tijdreizen.nl die je kan helpen met bepalen hoe je het best, in de regio, van A naar B kunt: met de auto, het OV of op de fiets. Het heeft echt zin om daar eens op te kijken. Ook weer een afweging. 

    
   

 



Spelen
06.11.2010 | Madelon | Spelen

Wij zijn zo’n twee jaar geleden verhuisd van een flat (driehoog zonder lift) naar een rijtjeshuis met ingang op de begane grond (luxe!) en tuin (heel fijn). We wonen nu in een hele fijne woonwijk, met veel groen, speeltuinen en kinderen. Daar ontdekten wij ook de grote voordelen van in zo’n wijk wonen: je hebt geen kind meer aan je kind, want het speelt met iedereen en is de hele dag te hort op. Uiteraard duurde het even voordat we dat goed vonden, met een dreumes van twee-en-een-beetje en een baby. Maar, zo sinds deze zomer mag hij alleen naar het ‘veld’ ofwel de speeltuin waar de rest van de wijk ook speelt. Geweldig. Ik ben altijd erg onder de indruk van de creativiteit van straatspelende kinderen: met de minste middelen hebben ze de grootste lol. En, ze verzinnen ook steeds weer iets nieuws, met dezelfde spullen of met nieuwe. 


Sinds mei gaat zoon naar school. Dat hebben we zo’n beetje aangekeken, en zijn tussentijds nog drie weken op vakantie geweest, dus na de zomervakantie begon het echt. En sinds de zomervakantie wordt er elke woensdag en vaak ook op vrijdag gespeeld met de jongens uit de klas. Nou is zoon een held in spelen, en kan tevreden zijn met de kleinste dingen en verzint daar dan van alles mee. Daar ben ik heel trots op: hoezo speelgoed, het meeste blijft in de kast. Maar, sinds die jongens van school komen (of hij bij hen), lijkt het alsof iéts toch anders wordt. Ze lopen met de ziel onder de arm, spelen ergens vijf minuten mee en dan moet er weer iets anders gedaan worden. Mijn lief opperde dat we misschien wat meer stoer jongensspeelgoed moesten aanschaffen (we hebben een doos vol auto’s, een treinbaan, duplo en lego voor binnen, een zandbak in de tuin en een speeltuin op het veld). Bovendien speelt zoon regelmatig met de buurjongen van twee jaar ouder, en ik heb ze nooit horen klagen (ook al zo’n creatief ventje, het liefst hervinden ze het speelgoed van dochter!). Dus, waarom zou er dan ander speelgoed moeten komen. Behalve uiteraard aangepast aan zijn leeftijd (maar voor de goede orde, LEGO is vanaf vijf jaar, zoon is vier jaar, dus volgens mij zijn we best bij). 


Vanmiddag kwam een vriendje spelen die zoon al kent van de crèche. Revolutionair voor zijn moeder trouwens, want het vriendje wil nooit ergens spelen zonder zijn moeder, maar bij ons op de een of andere manier dan wel (het zal de relatieve bekendheid wel zijn). Iedereen hield zijn hart vast. Maar, de heren hebben eerst een uur met de houten blokken gespeeld, daarna een uur met de houten trein op zolder (met de auto’s en de duplo en de boerderij), vervolgens hebben ze pepernoten gebakken, ik heb ze alles zelf laten doen in hun eigen bak; wegen, ingrediënten in bak gooien, kleien, balletjes maken etcetera. Ze vonden het helemaal leuk en ze waren echt heel lekker. Daarna gingen ze buiten spelen op het veld, ze hebben paddenstoelen gevonden, mooie takken en bladeren, en gespeeld. De moeder van het vriendje informeerde of ze hem misschien kon halen, maar hij was niet weg te slaan. Zie je wel, dacht ik, ze hebben zo weinig nodig, en dan zo naar hun zin. Hij ging om half zes naar huis, ik had ze vanuit school opgehaald (op woensdag).
Wat ik ook zo leuk vond, was dat zowel zoon als vriendje, aandacht aan dochter besteedden. Want leuk zo’n zusje, maar wat kan je er mee? Nou, met deze dus heel veel. Die wil ook op zoek naar paddenstoelen, en meespelen met torens maken en treinbanen bouwen. Ik zie al wat potentiële liefdes ontstaan… ‘Een kinderhand is snel gevuld’, ik ben er van overtuigd!


PS: Zoon wil van Sinterklaas een Nintendo DS. Dus ik vroeg wat hij daar dan mee wilde doen. Antwoord: “Nou, lekker DSen.” En toen ik vroeg wat dat dan was, keek hij me aan met een blik “meen je nou serieus dat jij niet weet wat DSen is?”. Ik ben overigens afgestapt van het feit dat mijn kinderen moeten spelen met houten speelgoed, zonder tv, en zonder computers. Vanaf school worden ze ‘verpest’ met smartboards en computers in de klas, dus het snel aanleren van computervaardigheden vond ik geen overbodige luxe. Daar ben ik daar maar mee begonnen: hij weet nu al beter dan zijn vader hoe mijn Apple werkt, en mijn dochter speelt spelletjes op mijn Iphone alsof ze er mee geboren is. 


PS2: Die DS krijgt ie trouwens niet, we gaan lekker Wii-en... Dat mag dan best vind ik, met die kinderhand die snel gevuld is. Heb ik zelf ook een mooi verjaardagscadeau!

 

 



Ziek
30.10.2010 | Madelon | Opgroeien

Okee, ik ben de vorige keer niet helemaal eerlijk geweest: ik ben meer dan een keer op het consultatiebureau geweest, namelijk elke keer dat ik kon toen ik nog met verlof was. Dus, alle intakes, en eerste prikken (al vond ik de hielprik echt het ergst). Zo ook de eerste keer bij de verpleegkundige. Ik herinner het me nog goed, ze zei: als hij (ik was met zoon) langer dan twee maanden verkouden is, dan moet je aan de bel trekken. Waarop ik zei dat ik wel eerder zou bellen dan, ik vind twee maanden achter elkaar verkouden namelijk best veel. 

 

Goed, met drie maanden ging zoon naar de crèche. Al die ouders maar klagen over verkoudheid, en snotteren etcetera... Dus bij vijf maanden was ik dolblij dat ik eindelijk ook een keer kon melden dat hij verkouden was. Daar ben ik van teruggekomen, van die blijdschap. Het werd – in de maanden met de ‘R’ - bijna vier jaar chronische verkoudheid met luchtweginfecties, antibioticakuren, eczeem, uitslag, het hele rataplan. Nou ben ik niet het type dat bij elk kuchje de dokter belt, het gaat wel weer over. Maar ja, na drie dagen hoesten en koorts hing ik toch wel aan de bel. En, hop, weer een kuur. En zalfjes, hormoonzalf, twee verschillende, ongeparfumeerde medicinale vaseline, niet meer in bad (vond ‘ie zo leuk), alleen maar kort afspoelen, niet meer lekkere ‘babyluchtjes’. Het enige voordeel was dat hij meestal ziek was als wij thuis waren. Dus het ik-kom-niet-uit-met-mijn-vakantie-dagen euvel hadden we ‘gelukkig’ niet. 

 

In 2008, dochter net geboren, wij net verhuisd, dus welverdiend op vakantie naar Tenerife (doen we nooit meer, maar dat terzijde). Hij was wel ziek, koorts ook, en antibioticumkuur. Maar de huisarts zag geen reden ons op doktersvoorschrift niet te laten vertrekken, dit voor de annuleringsverzekering. Dus, in het vliegtuig, naar de zon. Op dag twee zou alles over moeten zijn. Dat was niet zo. De koorts steeg opeens van hoge 39 naar bijna 42. Foute boel. Dat vonden de dokters daar ook. Met ambulance is hij naar het privékliniek vervoerd, mijn lief ging mee, ik bleef met dochter in het appartement (die was acht weken en mocht niet naar het ziekenhuis): longontsteking. En niet zo’n beetje ook. Gelukkig zijn ze in Spanje niet zo zuinig met geneesmiddelen, en soms, soms is dat goed. In ons geval was dat heel goed. Na drie dagen mocht hij weer uit het ziekenhuis. Inderdaad, de vakantie was inmiddels weer voorbij. En we gingen terug. Mijn woede moest even bekoelen voordat ik een goed gesprek aan kon gaan met de huisarts. Ik had al wel even telefonisch laten weten wat er was gebeurd. Ze schrok zich wild, en terecht. Dus - ik zal het kort houden - we hebben afgesproken dat als ik bel voor zoon, zij direct plek maakt, en mij serieus neemt. Elke verkoudheid werd gemeld, elke koortsaanval genoteerd, bij elke bijvulling van atrovent (inhaler) werd hij gecontroleerd. 

 

Regelmatig had ik gevraagd om een doorverwijzing naar de KNO-arts, maar ‘dat doen we tegenwoordig niet meer zo makkelijk’ en ‘daar groeit hij wel overheen’. Toen ik vervolgens in zo’n jaar tijd twintig keer had gebeld kwam ze tot de ontdekking dat zoon toch wel heel vaak iets had. Dat zei ik toch?! En inderdaad, we kregen die al zo lang gewenste doorverwijzing. Toen ging het snel. Voor de KNO-arts was het zo klaar als een klontje: 'mond open, kijken, doe maar weer dicht ik zie het al. Alles eruit.' Vlak voordat zoon vier werd, dus na bijna drie jaar ellende, kreeg hij de verlossende operatie. En sindsdien…ik durf het bijna niet te zeggen, maar…. en ook geen eczeem meer! Mijn advies: zodra je het gevoel hebt van het kastje naar de muur en weer terug gestuurd wordt, eis de doorverwijzing, of ga gewoon zelf naar de KNO-arts. Het heeft ons inmiddels zoveel goeds gebracht. 

 

Zoon is inmiddels aan het fietsen en judo-en, door zijn slechte conditie kon hij niet zoveel. Hij is superblij, heeft energie, eet weer en hij kan zijn neus snuiten. Dat kon hij dus gewoon niet omdat er zoveel rotzooi in de weg zat. We hebben echt een ander kind teruggekregen, een nog liever en vooral veel fitter kind. En daar zijn wij zo dankbaar voor en blij mee. 

 

 



Consultatiebureau
16.10.2010 | Madelon | Slapen

Ik heb het even opgezocht in Van Dale: consultatiebureau (het) bureau voor voorlichting en raad, gratis advies m.b.t. persoonlijke moeilijkheden en/of maatschappelijke problemen, m.n. op het gebied van zuigelingenzorg, tbc-bestrijding en verslavingszorg. Die laatste twee zullen jullie minder herkennen, dus die laat ik even achterwege. Ik heb er in ieder geval geen ervaring mee. 


Met het zuigelingen-consultatiebureau eigenlijk ook niet zoveel. Man ging altijd, omdat hij toch op donderdag vrij was, en het consultatiebureau is bij ons op dinsdag en donderdag. Nu hoeven we niet meer zo vaak, want zoon is overdragen aan de GGD en dochter mag nog twee keer een prik (geloof ik). Ik geloof dat ik die twijfelachtige eer toch ga krijgen (man is inmiddels vrij op woensdag).


Maar… die ene keer dat ik wel ben geweest met mijn dochter kan ik me nog heel goed herinneren. Na al die dramaverhalen uit mijn omgeving heb ik me er maar eens goed over laten voorlichten. Man had al gezegd, ach, ze zijn best aardig, je moet gewoon niet teveel vertellen, en alleen antwoord geven op hun vragen. Dus, ik met die instructies naar het bureau. Nu moet je weten, onze dochter heeft de eerste twee weken van haar leven overdag niet geslapen. Gelukkig was ze dan ’s nachts zo uitgeput dat ze dan wel sliep, maar overdag alleen als ze op mij lag. Nu zijn er vervelender dingen dan je pasgeboren kind op je borst, maar… ik kan niet zo heel goed stilzitten, dus dat was soms wel lastig. Ik hoor jullie denken: draagdoek, maar dat was toch ook niet echt mijn ding. Op een middag komt een vriendin op bezoek, baby kijken, vasthouden, lekker op haar borst slapen. Dat werkte ook. Na een tijdje legde ze dochter in de box. Dat lukte, alleen wel op haar buik, want vriendin wilde dochter niet wakker maken. Ik dacht ook, wat voor kwaad kan het, we zitten ernaast. Vier (!) uur later werd mevrouw wakker, ze had in haar hele leven nog nooit zoveel achter elkaar geslapen. Dus, *pling* lampje aan: zoon is buikslaper, misschien zij ook wel. Vanaf dat moment op de buik, en ja hoor, ze sliep ook overdag en ze ging opeens eten. Wij (man en ik) helemaal blij. 


Goed. Terug naar het consultatiebureau. Na wegen en meten, mocht ik bij de verpleegkundige. Ik kwam binnen en wist meteen, dit wordt geen gezellig gesprek. Ze keek super gestrest, begon meteen over het gewicht, en dat ik meer moest aanleggen, blabla. Dus, ik vertelde haar fijntjes dat ik de fles gaf. Stilte. En dat ze die altijd opdronk. Stilte. Misprijzende blik. Of ik wel wist…ja, dat wist ik. 


Volgende vinkje op haar lijst: “slaapt ze goed?” “Ja, ze slaapt uitstekend.” Of ik haar wel goed inbakerde, en of ik wel dit en of ik wel dat. Echt, helemaal geen raad of advies over (persoonlijke) problemen die ik niet had, ze creëerde ze gewoon zelf! Dus ik zei: “Ze slaapt in een slaapzak. Gaat prima. Niks inbakeren.” En toen kwam het: “Wat heeft ze een rond hoofd!” Ik zei niks. “Hoe kan dat?” Ik vond het nogal onbeleefd om niet te antwoorden, dus ik zei: “Ik denk omdat ze op haar buik slaapt.” “Oh, nou, dan ga ik je een speciale slaapzak voorschrijven, want dan ligt ze lekker ingebakerd en vast, en schopt ze haar dekentje niet van zich af en…”. Dus ik vroeg waar dat voor nodig was. Antwoord: “Dan kan ze weer op haar rug slapen”. Ik vroeg waarom dat nodig was. Antwoord: “Dat moet”. Of ze dát nog een keer kon herhalen (inmiddels enigszins woedend, waar bemoeit ze zich mee). Nou moet ik helemaal niets, en al helemaal niet van zo’n stresskip. Dus ik heb haar bedankt voor het advies, en ben naar huis gegaan met dochter. Die nog steeds heel goed slaapt, op haar buik, in haar gewone slaapzak.* We komen nu alleen nog voor de prikjes. Dat is al erg genoeg!

 

*ok, ze slaapt nu in een gewoon bed met een dekbed, maar nog steeds op haar buik, net als zoon, en net als ik.

 



‘Mesiekles’
09.10.2010 | Madelon | Er op uit

“Liedje singen mama”, elke avond na het voorlezen wil onze dochter een liedje. We hebben zo’n boekje uit het Openluchtmuseum met liedjes uit de oude doos. Het liefst hoort ze het hele boekje, maar dat vinden wij net iets te ver gaan. Het maakt ook niet uit wie er zingt, als er maar gezongen wordt, en altijd als laatste. Liedje is het teken om te gaan slapen.


Omdat ze liedjes en muziek en dansen zo leuk vindt, ga ik met haar naar muziekles: zang en dans voor peuters tot vier jaar. Met zo’n enthousiaste moeder, die hard haar best doet, en allemaal peuters of dreumessen die het eerst heel spannend en na een poosje heel leuk vinden. Het is om de week, wat wel fijn is, want dan hebben we ook nog tijd om de andere week samen iets anders leuks te doen. Dacht ik. Maar nee, mevrouw wil elke week naar ‘mesiekles’. We hebben wel eens gedacht: dat kunnen we toch zelf ook: beetje liedjes zingen in een kringetje, kopje koffie erbij. Ja, dat dachten we inderdaad: dat werkt dus niet. Ten eerste willen de kinderen niet: “nee, zingen doen we thuis niet, dat doen we op ‘mesiekles’”. Bovendien vervielen wij moeders in veel koffie, veel praten, en weinig zingen. Dus, hop, weer terug naar de les. 


Wat ik grappig vind, is dat ze dus thuis het hoogste woord heeft, en alle liedjes uit volle borst mee zingt, en stampt, en doet. Maar, als we daar zijn, dan zit ze het eerste half uur echt alleen maar op schoot. We zitten op van die turnmatten met kleine kussens erbij. Dan herovert ze haar favoriete kussen, een tijgerprintje (…), en dat sleept ze dan overal mee naar toe. Veel te groot natuurlijk, maar wel heel schattig. De ‘juf’ gebruikt veel muziek van Dirk Scheele, had ik nog nooit van gehoord, maar de kinderen vinden het helemaal geweldig. En als de les is afgelopen, dan wil ze niet meer naar huis. Uiteindelijk thuis, wil ze weer alle liedjes nog een keer. Dat zijn dan weer niet de meest gangbare, dus ik ken ze ook niet allemaal (ben nog van de oude doos zeg maar), en dat gaat ze me verbeteren. “Nee mama, niet goed, moet zo”, en dan klinkt er iets wat echt wel lijkt op de melodie. En dan ben ik weer trots!

 
Het mooie van het concept ‘Muziek op schoot’, vaak ook via de lokale muziekschool te volgen (alleen niet bij ons, want die hebben we niet), is dat het heel toegankelijk is voor alle kinderen. Bij ons in de groep zit een jongetje dat, zoals zijn ouders net weten, een ernstige vorm van autisme heeft. Zijn ouders gaan nu zo’n twee jaar met hem naar muziekles, hij is ruim 3, en je ziet hem groeien. Hij doet mee, hij neuriet, hij beweegt. Het is voor hem de enige manier om zich helemaal te laten gaan, zegt z’n moeder. En je ziet hem echt opfleuren. Zo zie je maar, muziek is goed voor iedereen. 

 

 



Bruiloft
02.10.2010 | Madelon | Er op uit

Op twee september hadden we een bruiloft. De eerste voor de kinderen. En, heel spannend. Want, dan gaan ze kussen. En heeft iedereen een mooie jurk aan, of een pak. En dan willen de kinderen zelf ook trouwen, het liefst meteen. 

 

Bij een bruiloft horen mooie kleren. Je voelt ‘m vast al aankomen. Mijn schoonzusje-to-be had een prachtig pakje gevonden voor mijn zoon, driedelig wit (of in ieder geval een afgeleide daarvan), paste heel goed bij het bruidspaar, dat trouwde op strand. En, dat vond ik dan leuk, het koste dus echt bijna niets (ik vind dertig euro voor zo’n pak in ieder geval niet duur). Dus, ik op een vrijdag met zoonlief achter de ‘compjoeter’, hij wilde zelf muizen, op zoek naar dat pakje. Hij was helemaal enthousiast: “ik krijg ook een pak, net als papa, en opa, en de andere mannen”. Toen zag hij het pakje. En het werd stil. En ik zag zo’n beginnend trillipje, en grote waterige blauwe ogen: “Mama, die wil ik niet, echt niet”. Klaar. Zat ik daar. Eh… hij is vier, en hij wil het niet. 

 

Ik hoorde dat wel eens van mijn schoonzusje, haar dochter wilde ook van alles (niet). En ik hoor mezelf nog denken ‘tuurlijk’, heb je toch zelf in de hand. Nou, daar zat ik dan met m’n goeie gedrag. Mijn zoon van vier wilde niet. Nu is hij nogal duidelijk (heeft hij niet van een vreemde) maar dit had ik nog niet eerder meegemaakt. Goed. Geen pakje dus. Dus, ik dacht, goed gemaakt: we gaan met z’n vieren shoppen: schoonzus-to-be, zwager, zoon en ik. In de tram (vindt hij leuk) naar Den Haag. Vond hij helemaal te gek, met z’n allen shoppen voor hem! “Gaan we dan ook op een terrasje, mam?” Nou moet je weten dat ik soms met hem ga shoppen, lekker samen maximaal drie winkels af en dan op een terrasje een pannenkoek eten. Mama-zoondag. Heerlijk. Dat even terzijde. 

 

Dus wij naar De Bijenkorf: ik ging voor Benneton, prijskwaliteit zeer acceptabel. Hadden niets. Naar kinderkledingwinkels, hadden niets. Naar H&M, had niets. C&A, had niets. Naar Maison de Bonneterie (ik moest iets), had wel iets, maar –eerlijk- ik vind 250 euro voor een blazer voor een ventje van vier toch echt wat overdreven (okee, het was wel van Armani). Ik was daar duidelijk niet de doelgroep. Toen dacht ik ook, hij is vier, moet hij nou echt in een pak?

 

Uiteindelijk hebben we een fijne witte linnen broek met bijpassende blouse met turquoise t-shirt gevonden. Helemaal in de stijl en kleuren van de bruiloft. Hij was de blits, en een jongetje van vier. En, hij wil het best nog wel een keer aan, naar school ofzo. 


En de meiden? Over de meiden ga ik het niet eens hebben…Ik ben twee, dus ik zeg nee. 

 



Eten
25.09.2010 | Madelon | Voeding

Wij (man en ik) houden van koken en lekker eten. Dat vinden we leuk, maar vooral ook gezellig. Toen wij trouwden kregen we een grote eettafel cadeau. Zo een die je hele woonkamer vult en waar minimaal acht personen normaal, en met wat creativiteit ook wel twaalf mensen aan kunnen eten. Eten is voor ons een sociale bezigheid, waarin je met elkaar praat en discussieert. Dat doen we in ieder geval bij het ontbijt en ’s avonds. 

 

Dat lekker eten bij onze kinderen wat anders betekent dan bij ons is wel duidelijk. Verder dan pasta en (groene) pannenkoeken, met variaties op thema ging het tot voor kort niet. Onze zoon is grootgebracht met gepureerd eten - vond ‘ie heerlijk, tot hij vijftien maanden was. Toen wilde hij niet meer. Behalve brood, banaan en appel at hij niets. Dus, bij onze dochter gingen we dat anders doen. Vrienden gaven hun dochter alleen stukjes eten, en smullen dat ze deed; tomaat, avocado, komkommer... Dus, ik het boek aangeschaft (Eten voor de Kleintjes van Stefan Kleintjes) Ten eerste begon onze dochter met zeven maanden iets anders in haar mond te doen dan speen of fles (zoon was vanaf vier maanden niet te houden). Ten tweede ging dat, misschien ook wel omdat ze al wat ‘ouder’ was, alleen met stukken eten. Echt, gepureerd eten ging er niet in. Wij blij, gelukkig een kind dat wel eet. Tot ze, je raadt het al, zo’n vijftien maanden was. ‘Nee, niet’, mond dicht, bord wegschuiven. Verder dan brood en fruit kwamen we niet, en af en toe een ei. 

 

Inmiddels zijn we in een nieuw stadium beland: ‘hoef ik niet, lust ik niet’ worden niet geaccepteerd als er niet is geproefd. Je kunt niet iets lusten wat je nog nooit hebt gegeten. Wij houden van afwisseling, koken eigenlijk altijd zelf (anders halen we Chinees of frietjes). En er staat elke dag iets anders op tafel. Door de week betekent dat overigens wel vaak uit de diepvries, dan hebben we zondag voor drie dagen gekookt, en extra veel. Dat is ook wel handig, want als je om zes uur thuiskomt met twee kinderen die moe zijn van hun lange dag crèche en/of school, dan is koken niet echt een succes. Eten wordt steeds gezelliger, en er gaat steeds meer in. Dochter vertoont spiegelgedrag: als zoon niet wil, dan wil zij ook niet. Gaat hij eten, doet ook zij haar mond open. Dus, nu wijzen we hem er op dat hij als grote broer het voorbeeld is, en dat lijkt te werken. En dan te bedenken dat hij mosselen at toen hij 13 maanden was!

 

Eten lijkt te worden wat wij er belangrijk aan vinden: een gezellig samen zijn, met praten en/of discussie, en steeds weer iets nieuws, aan die grote gezellig tafel. En als je het echt niet lekker vindt – dat kan natuurlijk – dan blijf je lekker zitten tot de rest klaar is. 



Madelon stelt zich voor
11.09.2010 | Madelon | Draagdoeken, Spelen, Er op uit, Opgroeien, Voeding, Luieren, Geboorte, Slapen

Moest er even over nadenken, bloggen voor Kiind. Want, ondanks het leuke leven dat ik heb, waarin ik heel veel doe, heb ik gebrek aan één ding: tijd. Maar zo dacht ik, ik red het altijd wel, en misschien is het handig om mijn ‘tijdgebrek’  te delen met anderen. Of te laten zien hoe ik daarmee omga. Zodat we ervaringen kunnen delen, en daardoor met elkaar net een beetje meer tijd krijgen. Omdat de ene tip de andere versterkt. Waardoor we net iets gezonder kunnen koken, of net dat ene spelletje met de kinderen nog kunnen doen. Of gewoon een boek lezen.

 

Laat ik me eerst even voorstellen: ik ben Madelon, 35, moeder van twee - een zoon van vier en een dochter van net twee. Ik werk, vier dagen per week, en verhuur mezelf sinds maart als communicatieadviseur (daarvoor werd ik verhuurd door een bureau). Ik ben dus ondernemer, en onderneem ook heel graag veel verschillende dingen. Gelukkig kan ik dat ook, omdat ik een hele fijne en lieve man heb die ook vier dagen werkt. Daardoor hebben we een – voor ons gevoel - goed evenwicht gevonden in uit en thuis zijn voor onze kinderen. Ze gaan een dag naar opa en oma, die wonen om de hoek, dus dat vinden wij heel handig. En ze gaan twee dagen naar de crèche en NSO. Voorlopig hebben we daar vrede mee. Oh ja, en mijn man onderneemt ook graag veel dingen. Zo sporten we, liefst drie keer per week. En houden we van koken (en opeten), en tot onze grote frustratie onze kinderen niet, vooral de oudste. Winkelen doen we vooral online, behalve de dagelijkse boodschappen, die halen we zelf. 

 

Ik wil graag onze beslommeringen met jullie delen rond werkende ouder zijn, samen opvoeden, schoolgaan, ontwikkelingen die we doormaken en de (leuke) dingen die we doen. Want, dat vinden we dan wel heel leuk, nieuwe dingen ontdekken met de kinderen. Dus, we gaan in het weekend vaak op ontdekkingstocht: in het bos, in de speeltuin (om de hoek), in de tuin, naar het zwembad, uit fietsen. Zeker nu ze wat groter worden, wordt het steeds leuker om te zien hoe ze de grotere wereld ontdekken. Die van school, die van sporten, die van andere kinderen. En wat ze dan wel, en wat ze dan niet overnemen. Heel boeiend.

 

 



nieuwere berichten >>