“Liedje singen mama”, elke avond na het voorlezen wil onze dochter een liedje. We hebben zo’n boekje uit het Openluchtmuseum met liedjes uit de oude doos. Het liefst hoort ze het hele boekje, maar dat vinden wij net iets te ver gaan. Het maakt ook niet uit wie er zingt, als er maar gezongen wordt, en altijd als laatste. Liedje is het teken om te gaan slapen.
Omdat ze liedjes en muziek en dansen zo leuk vindt, ga ik met haar naar muziekles: zang en dans voor peuters tot vier jaar. Met zo’n enthousiaste moeder, die hard haar best doet, en allemaal peuters of dreumessen die het eerst heel spannend en na een poosje heel leuk vinden. Het is om de week, wat wel fijn is, want dan hebben we ook nog tijd om de andere week samen iets anders leuks te doen. Dacht ik. Maar nee, mevrouw wil elke week naar ‘mesiekles’. We hebben wel eens gedacht: dat kunnen we toch zelf ook: beetje liedjes zingen in een kringetje, kopje koffie erbij. Ja, dat dachten we inderdaad: dat werkt dus niet. Ten eerste willen de kinderen niet: “nee, zingen doen we thuis niet, dat doen we op ‘mesiekles’”. Bovendien vervielen wij moeders in veel koffie, veel praten, en weinig zingen. Dus, hop, weer terug naar de les.
Wat ik grappig vind, is dat ze dus thuis het hoogste woord heeft, en alle liedjes uit volle borst mee zingt, en stampt, en doet. Maar, als we daar zijn, dan zit ze het eerste half uur echt alleen maar op schoot. We zitten op van die turnmatten met kleine kussens erbij. Dan herovert ze haar favoriete kussen, een tijgerprintje (…), en dat sleept ze dan overal mee naar toe. Veel te groot natuurlijk, maar wel heel schattig. De ‘juf’ gebruikt veel muziek van Dirk Scheele, had ik nog nooit van gehoord, maar de kinderen vinden het helemaal geweldig. En als de les is afgelopen, dan wil ze niet meer naar huis. Uiteindelijk thuis, wil ze weer alle liedjes nog een keer. Dat zijn dan weer niet de meest gangbare, dus ik ken ze ook niet allemaal (ben nog van de oude doos zeg maar), en dat gaat ze me verbeteren. “Nee mama, niet goed, moet zo”, en dan klinkt er iets wat echt wel lijkt op de melodie. En dan ben ik weer trots!
Het mooie van het concept ‘Muziek op schoot’, vaak ook via de lokale muziekschool te volgen (alleen niet bij ons, want die hebben we niet), is dat het heel toegankelijk is voor alle kinderen. Bij ons in de groep zit een jongetje dat, zoals zijn ouders net weten, een ernstige vorm van autisme heeft. Zijn ouders gaan nu zo’n twee jaar met hem naar muziekles, hij is ruim 3, en je ziet hem groeien. Hij doet mee, hij neuriet, hij beweegt. Het is voor hem de enige manier om zich helemaal te laten gaan, zegt z’n moeder. En je ziet hem echt opfleuren. Zo zie je maar, muziek is goed voor iedereen.