Voor de deur hoor ik haar al huilen. Het is een huil die klinkt als 'ik ben helemaal alleen'. Het raakt me. Mijn dochter krijgt haar slofjes aan, doet haar jas uit, neemt de pop mee en klopt op de deur. De dag gaat beginnen.
Aan tafel zie ik het meisje, een boterhammetje met hagelslag en tranen. Mijn gevoel klopte, ondanks iedereen om haar heen, is ze toch alleen. Ik merk dat ik twijfel, het is niet mijn taak om iets met haar te doen, schop ik tegen zere schenen als ik me met haar bemoei? Een moment later strek ik mijn armen naar haar uit, 'kom je even met me lopen?' vraag ik haar. Ze kijkt me aan, en stemt dan toe.
Ze wordt rustiger op mijn arm, ik houd haar vast. 'Wil je nog even doorknuffelen?' vraag ik haar. Ze begint wat te glimlachen. Yep, ze lust nog wel wat meer. Dochterlief schiet nu in de stress over een 'mijn-mama-ding' dus ik pak een stoel en zit met twee meisjes. We babbelen wat wie nog wel en wie niet meer een broodje wil, en dan is het klaar.
Ook 'het meisje in mij' is getroost en bedank de prinsessen.
'There is no i am, there is only us', las ik van de week, heel treffend.