Mijn eerste bevalling staat als een horrorverhaal in mijn geheugen gegrift. Na een etmaal van onregelmatige weeën werd ik met langdurig gebroken vliezen ingeleid. In het ziekenhuis werd ik aan allerlei apparaten aangesloten welke zo nu en dan werden bekeken door een verpleegkundige die koortsachtig snel in en uit liep.
Uitgeput en in mezelf gekeerd onder invloed van hormonen kreeg ik half mee dat er een infuus in mijn hand werd geprikt en weg was de verpleegkundige weer…
Dat het weeënopwekkers waren had ik snel genoeg in de gaten toen ik werd overvallen door een weeënstorm die 2 uur duurde. Hierop volgde onder de felle TL-verlichting een commandogolf van drie kwartier; ‘Persen!, ‘Ogen open houden’, ‘Knieën vastpakken’, ‘Zuchten’, waarna ik onze dochter in mijn armen kon sluiten.
Toen ik weer zwanger was dacht ik bij mezelf dat doen we dus anders deze keer! Ter voorbereiding heb ik ‘Hypnobirthing’ van Marie Mongan gelezen. Een fijn boek dat mij weer deed geloven in de kracht van een vrouw en haar mogelijkheid een kind te baren. Het gaf mij vertrouwen in mijzelf en mijn nog ongeboren kind. Want - zoals ook Mongan stelt - het zou toch echt een fout van de schepping zijn als de mens het enige zoogdier zou zijn die niet op eigen kracht haar jong kan baren?
Om er deze keer alles aan te doen dat het mijn bevalling zou worden had ik een geboorteplan opgesteld. Groot was dan ook mijn teleurstelling toen we voor een consult werden doorverwezen naar de gynaecoloog, omdat ons kindje (net als onze dochter) groot zou worden. Het consult was bij een arts in opleiding, welke na aanhoren van ons verhaal moest overleggen met de gynaecoloog. Deze laatste hoorden we door de telefoon verbaasd roepen ‘9 pond! Thuis?!’. Ook de arts in opleiding keek ons verbaasd aan. Er moest nog een groei-echo worden gemaakt en ik moest een (vervelende) glucosetest ondergaan voor de gynaecoloog verder beleid zou bepalen. Ik kookte zowat toen we het ziekenhuis weer uitliepen, dit was niet wat ik wilde! De week tot aan onze volgende afspraak heb ik alle mogelijkheden onderzocht om maar niet overgenomen te worden door de gynaecoloog. Een vriendin met een soortgelijke missie had van haar gynaecoloog al te horen gekregen ‘alle vrouwen bevallen hier op hun rug, een gynaecoloog gaat voor een bevalling niet op zijn knieën’. Terwijl mensen in mijn omgeving zeiden dat het zo fijn was dat ik zo goed in de gaten gehouden werd en een ziekenhuis zo veilig was, kon ik wel janken bij de gedachte aan een ziekenhuisbevalling. Met stevige weerstand zaten we bij weer een arts in opleiding op consult. Verbaasd en opgelucht waren we dat deze man geen problemen zag in een thuisbevalling onder leiding van de verloskundige.
Bij 39 weken zwangerschap was het dan zover; in de vroege ochtend waren de weeën begonnen. Mijn man vulde op zijn gemak de kruikjes en maakte een ontbijtje voor ons. Tegen de klok van 7 hebben we mijn ouders gebeld, die bij ons in huis zouden komen om voor onze dochter van 2,5 te zorgen. Mijn beste vriendin werd gebeld voor ondersteuning en om de bevalling te filmen. De verloskundige kwam niet veel later en constateerde een mooie vier cm ontsluiting. De daarop volgende tweeënhalf uur brachten mijn man, mijn beste vriendin en ik door op ons hoge bed op klossen. In kleermakerszit zat ik de weeën zacht weg te wiegen. Mijn moeder is een paar keer met onze dochter op de slaapkamer geweest. In alle rust heb ik mijn dochtertje verteld dat zij die middag - na haar slaapje - een broertje zou hebben. Alles verliep zo gemoedelijk en ontspannen dat ik bang was dat de ontsluiting niets gevorderd was. Blij verrast was ik dan ook toen ik de verloskundige ‘zeven cm’ hoorde zeggen. Mijn vliezen werden gebroken en de verloskundige belde naar de kraamzorg om met spoed partusassistentie te vragen. ‘Met spoed, dat zal wel loslopen’ dacht ik nog lacherig. Toen de kraamverzorgster was gearriveerd was de sfeer in onze slaapkamer nog het meest te vergelijken met die van een theekransje. Er werd gekeuveld, grapjes gemaakt, gelachen en om de zoveel minuten moest ik een vervelende wee wegzuchten (die laatste twee cm voor de volledige ontsluiting). Vrij snel mocht ik gaan persen onder bemoedigende, rustige woorden van mijn verloskundige en kraamverzorgster. Omdat het schoudertje van mijn zoon vastzat ben ik op handen en knieën gedraaid. Met één vingervlugge beweging had de verloskundige het schoudertje los. En binnen drie persweeën, in nog geen zeven minuten werd onze zoon geboren.
‘Wat een klein frummeltje’ was mijn eerste reactie. De verloskundige keek mij aan en zei ‘nee Miranda, het is geen klein frummeltje’. Zijn negen pond en 55 cm bewezen het gelijk van mijn verloskundige.
Mijn bevalling was precies volgens mijn geboorteplan zonder dat mijn verloskundige dat ooit heeft gelezen. Wat een bijzonder geschenk!
En dan te bedenken dat een dag voor de geboorte van onze zoon de kranten groots kopten over het gevaar van thuisbevallingen…