Zo noemt mijn lief de staat van zijn waarin ik verkeer als er iets met onze kinderen aan de hand is. Wat dat eigenlijk wil zeggen is dat ik mijn eigen gevoelens parkeer en als een ‘tijger’ waak over mijn ‘jong’.
Op dinsdag begon Auke te kuchen, niet zo vreemd want zijn zus was net verkouden geweest. Toch kon ik die avond maar slecht slapen. Elk uur zette ik de wekker om even in het wiegje naast me te kijken of alles goed was. Noem het moederinstinct.
Overdag ging het weer, maar na nog een onrustige nacht zijn we naar de huisarts gegaan. Deze heeft ons enigszins gerust kunnen stellen, desalniettemin zette ik ook deze nacht weer elk uur de wekker. Overdag verergerde de benauwde hoest alleen maar. Auke werd zo benauwd dat ik niet alleen thuis met hem durfde te zijn. Ik kon wel janken, in plaats daarvan ging ik regelen; mijn man naar huis laten komen, de huisarts bellen.
De huisarts verwees ons direct door naar het ziekenhuis. Op de spoedeisende hulp hebben we drie kwartier moeten wachten alvorens we achtereenvolgens gezien werden door twee verpleegkundigen, een co-assistent en een assistent die de kinderarts weer moest consulteren. Inmiddels was het bijna twaalf uur geleden dat Auke een fatsoenlijke voeding had gedronken en moest hij erg hard werken om te kunnen ademen. Het liefst had ik een potje zitten brullen. In plaats daarvan ben ik het kinderdagverblijf en oma gaan bellen om opvang voor Pieke te regelen.
Na drieënhalf uur wachten werd bevestigd wat wij al vermoeden: Auke had het RS-virus en moest worden opgenomen. Na een opnamegesprek en diverse onderzoeken werd Auke aangesloten op een monitor. Ik probeerde hem te kalmeren en hield hem vast terwijl hij een sonde kreeg voor de voeding en een neusbril voor de zuurstof. Ondertussen was Auke zo aan het gillen en krijsen dat hij zichzelf alleen maar uitputte. Ik verbeet mijn tranen.
Daar zit je dan, net kraamvrouw af, naast een ziekenhuisledikant je baby met diverse slangen en draden aan zijn piepkleine lijfje.
Auke sukkelde zo nu en dan in slaap om vervolgens van een hoestbui wakker te schrikken en het op een bijna ontroostbaar brullen te zetten. Ik hield hem vast terwijl ik als een mantra tegen hem zei ‘we zijn in het ziekenhuis, je hebt twee slangetjes in je neus, een om te ademen en een om te drinken, mama is bij je, alles komt goed’. Dat kalmeerde ons beide.
In een paar uur tijd ging het hard achteruit. Ons ventje lag met zijn hele lijfje te pompen om te kunnen ademen. Zijn hartslag en ademhaling schoten omhoog en het zuurstofgehalte bleef zelfs met dubbele dosis ver beneden peil. De meest gehoorde zin voor ons die avond was ‘hij moet er hard voor werken’. De verpleegkundige zei regelmatig dat de kans op uitputting bestond. Wat dat voor een baby van zes weken betekende, daar wilde ik niet eens aan denken. Er werd een ambulance gebeld om naar een kinder-IC te gaan in een ander ziekenhuis voor beademing. Weer stonden de tranen in mijn ogen en weer ging ik regelen, deze keer dat er iemand bij ons bleef slapen voor onze dochter.
In het holst van de nacht op een reusachtig bed, in een mobiele IC unit (wat lijkt op een kleine vrachtauto) vertrokken we naar het UMC. De verhoudingen waren even zoek.
Om vier uur vielen we op een bed ergens in een kantoortje doodop in slaap. De volgende ochtend zagen we dat Auke sondevoeding had gehad en nog maar een enkele dosis zuurstof kreeg toegediend.
Hij is niet beademd! En ook wij konden weer ademhalen.
Binnen twaalf uur werd de zuurstof volledig afgebouwd en na twee dagen IC mochten we weer terug naar ons eigen ziekenhuis in onze eigen stad. Daar zijn in een week tijd het monitoren en de sondevoeding afgebouwd. Zo heftig als de piek van het virus was, zo snel was ons mannetje aan het herstellen. Een van ons sliep thuis bij Pieke, de ander in het ziekenhuis bij Auke en om de twee nachten wisselden we om. Na tien dagen zorgen, waken en regelen mochten we Auke mee naar huis nemen en konden we eindelijk weer als gezin samenzijn.
Toen ik ’s avonds op de bank mijn favoriete ziekenhuisserie aan het kijken was en er een bewakingsmonitor in beeld kwam, kwamen eindelijk mijn steeds uitgestelde tranen.
Lees hier meer over:
Au! Eerste hulp bij kinderziekten, Manon Sikkel
En: