In de stad kwam ik een vriendin tegen met haar zoontje van drie maanden. Het mannetje begon een paar keer te jammeren en werd vervolgens liefdevol getroost door zijn moeder. Bij de derde keer vroeg mijn vriendin hoe laat het was en zei: ‘Oh ja, het is tijd voor een voeding’.
We moesten allebei lachen. Voor mij was dit een herkenbare situatie. Al een paar keer is het me overkomen dat ik zoonlief aan het troosten was om een paar minuten later tot het besef te komen dat hij gewoon honger heeft. Wat is het toch dat, ondanks onze wens het zo natuurlijk mogelijk te doen, we telkens terugvallen op een ritme? Voor mij omdat het een zekere voorspelbaarheid met zich meebrengt, die het makkelijker maakt mijn dag in te delen of zaken te plannen. En dan is er weer een kindje met zijn eigen ritme en voorkeuren die me weer leert te ‘zijn in het moment’.
Met onze zoon zijn we al sinds zijn geboorte aan het zoeken naar zijn ritme. En dan heb ik het niet over voedingen, want onze kleine man kan heel goed duidelijk maken wanneer hij honger heeft. Het gaat vooral om het slapen overdag, hij lijkt zich met geen mogelijkheid over te kunnen geven aan zijn vermoeidheid. Tot ik vanochtend ineens een ‘Aha-erlebnis’ had en me besefte dat ik hem onbewust was gaan vergelijken met zijn zus.
Onze dochter was altijd het meest actief na haar voeding. Zij speelde en brabbelde tot zij moe was om vervolgens te slapen tot aan haar volgende voeding. Wij hadden bij onze zoon deze zelfde verwachting. Dus gingen wij na elke voeding gezellig met hem zitten ‘kletsen’ en spelen, waarna Auke vele hazenslaapjes deed zonder echt uitgerust te lijken. Toen hij vanochtend direct na zijn voeding twee uur aan een stuk had geslapen en me vervolgens aan keek met een blik die leek te zeggen ‘spelen?’, viel het spreekwoordelijke kwartje. Onze kleine man wil direct na zijn voeding slapen in plaats van wakker gehouden te worden door zijn ouders… Als hij dan uitgerust is wil hij weer spelen en ontdekken om vervolgens na een voeding weer moe en voldaan te gaan slapen.
En zo is het telkens opnieuw weer zoeken naar de voor ons juiste balans tussen volgen en leiden.