Wij kiezen vaak voor boeken die passen bij het seizoen of bij de feesten die eraan komen. Door de seizoenen steeds terug te laten komen, in boekjes, tekeningen en knutselwerkjes, misschien een mooie seizoenstafel, ervaren de kinderen het ritme in het jaar. Zo leren kleuters al snel dat na de lente de zomer komt, dat ze aan het eind van de zomer jarig zijn en daarna de herfst begint. Die voorspelbaarheid vinden kinderen erg prettig.
Het appeltulbandje kan je eigenlijk prima heel het jaar door lezen, toch belandt het pas aan het einde van de zomer bij ons in de boekenmand. Zoals ik eerder in de blog schreef, gaan wij in de herfst regelmatig appels plukken en maken we er daarna allerlei lekkers van. Dit boekje sluit daar heel mooi op aan.

Het appeltulbandje is geschreven door Nynke van Hichtum, in 1922. Destijds kwam het uit in een verhalenbundel, in 1996 werd het opnieuw uitgegeven als een prentenboek door Christofoor en geillustreerd door Marjan van Zeyl.
Het is een lief verhaaltje over een oude dame die ontzettende trek heeft in een appeltulbandje. Ze heeft geen appelen, maar wel pruimen, dus gaat ze op weg met haar mandje vol pruimen in de hoop ze om te kunnen ruilen voor appelen.
Dat lukt natuurlijk niet ineens, 'maar och, beter eens mens tevreden dan twee mensen teleurgesteld' zegt het dametje dan.
Het is geschikt voor grotere kleuters, maar voor kleinere kindjes kan je prima de tekst zelf een beetje inkorten. Op de mooie aquarellen is vanalles te zien wat het ook voor hen heel leuk maakt.
Op de kaft van het boek staat het recept voor het appeltulbandje, die schrijf ik hier onder vast. Leuk voor na het appelen plukken!
400 gram bloem
2 dl lauwwarme melk
20 gram gist
100 gram harde boter
1/2 theelepel zout
2 eieren
100 gram suiker (maar met de helft smaakt hij ook prima)
1/2 theelepel kaneel of de geraspte schil van een citroen
100 gram rozijnen
3 a 4 appels geschild en in kleine stukjes
poedersuiker
Zeef de bloem in een beslagkom en los de gist op in de melk. Maak een kuiltje in het midden van de bloem en giet hierin het gistmengsel. Roer met een beetje van het meel tot een slap deegje. Leg de boter in deunne plakjes erop en strooi het zout erover. Stop de kom in een plastic zak en laat op kamertemperatuur staan tot er blaasjes in het deeg ontstaan (20 minuten of langer). Voeg de eieren, de suiker en de kaneel of citroenschil toen. Roer en klop nu van het midden uit alles tot een glad, vochtig deeg (5 minuten kloppen!). Schep de appels en rozijnen erdoor en laat het deeg, weer in de plastic zak, tot dubbel volume rijzen. Bij kamertemperatuur duurt dit zeker 2 uur, langer is geen bezwaar. Schep het deeg met een deegspatel in een royaal ingevette, met meel bestoven tulbandvorm. Strijk het deeg met een lepel mooi glad en laat het nog wat rijzen tot het bol staat. Strijk het deeg met een lepel mooi glad en laat het nog wat rijzen tot het bol staat. Verwarm intussen de oven voor op 225'C. bak de tulband ca. 40 minuten bij 190'C, onderste richel. Laat de tulband nog 5 minuten in de uitgeschakelde oven staan, daarna nog 5 minuten buiten de oven en stort hem dan op een taartrooster. Bestrooi de tulband met poedersuiker. Eet smakelijk!