Dit boekje, geschreven in 1976 door Ruben Saillens en opnieuw uitgegeven in 1999, is moeilijk te vinden. Toch zet ik het hier in de blog, het is een prachtig, ontroerend kerstverhaal, een van de mooiste die ik ken. Het is geschikt voor grote kleuters en jonge schoolkinderen.

Papa Panov is schoenmaker, hij woont in een klein dorpje in Rusland. Hij is heel gelukkig in zijn kleine huisje aan de dorpsstraat, hij heeft een heerlijk warm bed en een mooie gietijzeren kachel om op te koken en zijn handen bij te warmen. Hij heeft genoeg gereedschap en zoveel werk dat hij lekker brood kan kopen bij de bakker en koffie bij de kruidenier. Papa Panov is een geliefd en gelukkig man.
Op kerstavond is dat anders, hij is verdrietig. Hij denkt aan zijn vrouw, die lang geleden overleden is, aan zijn kinderen die allang uit huis zijn. Weemoedig kijkt hij naar de kerstbomen en lichtjes, de families die hij in de dorpsstraat ziet.
Dan gaat hij het kerstverhaal lezen, hij verzucht dat het kerstkind wel bij hem had mogen komen, in zijn warme huisje. Hij zou hem alleen geen mooie geschenken kunnen geven, zoals de koningen deden. Dan pakt hij een doosje met kleine babyschoentjes die hij ooit gemaakt heeft van de plank, ja die zou hij het kerstkindje geven!
Papa Panov dommelt in slaap maar schrikt dan wakker van een stem, het is de stem van Jezus, die hem zegt dat hij bij hem zal komen met kerstmis. Hij moet goed opletten, want zijn naam zal hij niet noemen!
Papa Panov staat vrolijk op, het is kerst en Jezus zal bij hem komen. Heel de dag kijkt hij uit het raam, hij vraagt de arme koude straatveger binnen voor een kop koffie. Ondertussen kijkt hij alweer naar buiten. Later komt er een vrouw met een baby voorbij, ze ziet er armoedig, koud en vermoeid uit. Ook haar vraagt Papa Panov binnen, hij geeft het kindje warme melk. Dan ziet hij de blote voetjes, de vrouw verteld dat ze geen geld heeft voor schoentjes en Papa Panov pakt direct de schoentjes van de plank. Ze passen precies, de vrouw is dolblij, maar Papa Panov staat alweer bij het raam te kijken.
Zo verstrijkt de dag met alle mensen die voorbij komen. Papa Panov is teleurgesteld, Jezus is niet gekomen. Hij zit bij de kachel en dikke tranen vullen zijn ogen. Maar dan ziet hij opeens mensen in de kamer, de straatveger, de vrouw met haar baby en alle anderen die voorbij kwamen.
Hij hoort dezelfde stem als de avond tevoren:
"lk had honger en jij gaf me te eten, ik had dorst en jij gaf me te drinken, ik was koud en jij liet me binnen. Wat jij vandaag hebt gegeven aan hulp en steun, dat heb je aan mij gegeven!'
Daarna werd alles stil.
Toen glimlachte Papa Panov en de pretlichtjes in zijn ogen, achter het brilletje met de ronde glazen, kwamen terug.